273
zelfzucht naar den geest, met kracht ten bloede had gestriemd. En toch ontwrichtte dit feit Manus' meening niet over het wezen der ware onkoopbare nederigheid. Ook hij had wel eens een argeloozen aap met een doodskop zien spelen, maar bracht zulk een griezeligheid dergelijk gedierte dichter bij het geheim van het sterven? Voor Manus gloeiden ook in zulke ijle Thomasvermaningen nog te veel giftige glanzen van het ongebreidelde, heftige levensinstinct, dat allereerst persoonlijke zelfbevrediging zocht in den hemel, inplaats van zelfbevrijding der driften op aarde.
18
Manus Heet.