2Ö3
geestelijk leerstuk louter-naar-binnen-doorgronden. En dat bleef juist tartend het groot-tragische verschil tusschen den vromen peinzer van ״De Navolging van Christus" en de in zichzelf stumperig-verdeelde lezers, de leege en zwetsende oppronkers zijner woorden. De tijdelijke gestichtheid, die de naar eeuwige zaligheid en genade hunkerende menschen ondervonden bij het beluisteren van zulke vrome zinnen, zulke zoet-troostende taal of zulke ontmaskeringen van eigene zelfzucht, werkten op de ziel in als de vreemde en geheimzinnige ontroering, huiverend doorleefd, onder het aanhooren van diepe en schoone muziek. Ook dan bevingen de menschen, had Manus niet slechts in satirische luim ervaren, bedwelmende gevoelens en verbijsterende vervoeringen. Onder de zoete rillingen van een vaag-droef geluks-bewustzijn, begonnen zij zichzelf dan te zien in een angstwekkend-vergroote levensreinheid en offer-ver langen. In den zwijmel der schoone klanken en de begoochelingen van het mysterieuze zingen, waanden zij tot alles te kunnen reiken, alles te vermogen. Dan ondergingen zij een aanzwellende verteedering, uit de diepste diepte van het menschenhart en de zachtsnikkende ziel ontstegen, die hunzelven van een vergoddelijkten oorsprong toescheen. Doch Manus had daarop de ontgoochelingen, ver-nuchtering en inzinking zien volgen. Droever verlepping en verkoelingen van dadengeestdrift, had hij nog nimmer waargenomen. Manus, in zichzelf verloren, maar toch in een verlorenheid die zijn lager Ikje niet gold, bleef volkomen onwetend van eigen gemoedsdiepte, van den wonderteêren drang zijner liefdedaden en menschelijke barmhartigheid. In het eenzame en stille van zijn ziel, voor wie eigen naïeveteit en hartereinheid totaal verborgen was gebleven, hoorde Manus Peet niet zichzelf, doch alleen het groote en overweldigende, waarvan hij meende dat het geheel en al buiten de grenzen van zijn zeer onaanzienlijk wezen zich bewoog. Hij schaterde en rilde tegelijk, als een enkel schepsel, voor wie hij wat opgeofferd had, zijn onbeklimmelijk „edel" hart met lof be