251
maar te mijmeren, toe te zien en te zwijgen, en wat zijnoogen zagen, zijn ziel over te geven, en dan alles te verwerken in zijn binnenste, mijmerend en spottend, zonder veel met een ander er over te spreken,.... Peet begreep niet veel van dezen vernuftsschetteraar, dezen paradoxalen spannings-schrijver met zijn woeste krachtsprongen en zijn gebruik maken van allerlei flitsend-vreemde woorden. Niet zei Manus zooals velen, smalend: dat gaat me te hoog, terwijl zij bedoelden met een vies trotsje, dat zij eigenlijk er bovenuit zweefden, doch hij begréép niet het doel van het spreken van dien man. De Javaan werd mishandeld? Goeie grut,... de Javaan alleen? Alles werd mishandeld op de aarde, een wurm, een kakkerlak, een hond, een vogel, een mensch. Nou ja...! Neen, niet: nou ja! Het was zoo. Ja, die man meende het wel, die Multatuli, maar het leek Manus toch altijd alsof hij heel kostelijk tooneel zag spelen. En dan, het sprong zoo; het sprong zoo met flakkeringen voor zijn geest.
Eindelijk was de oorlog uitgebarsten en toen had Manus op zijn eigen houtje, geheel en al zonder commentaar van anderen, gezien hoe vreeselijk en tragisch de blinde angst en de blinde hebzucht werkten in alle menschen. Als beesten in de klem werden zij opgejaagd, verschrikt. Aan alle stemmen ont-gromde een gruwelijk, een misdadig behouds-instinkt. Alleen reeds de dolle benauwdheid, toen het zilvergeld werd ingehouden en door het uitbreken van den oorlog geen enkele verplichting onderling meer scheen te zullen blijven bestaan. Manus had toen een gevoel dat een jager moet hebben zonder wapenen, bij het zien naderen van een onmetelijke kudde bison's die flank aan flank, kop naast kop, komen aandreunen in een aard-bevend gerucht en in een doltrampelenden angst-ren. Het was een langs elkaar heenschuren, een elkaar opzij dringen en achteruit stooten, of verpletteren en over elkaar heenwringen, zooals bij een handdadige paniek in een schouwburg. Er was geen vertoon van schaamte, geen opgeflikte mooidoenerij meer. Het werd alles rauw, vreeselijk, op de laagste drift van het