23Ö
dwaling van gedachte en gevoel of van begeeren, zou een verraad van hun twee-eenheid zijn. Zulke minnenden moesten zelfs hun doodsuur saam rpgelen. De een zou over den ander geen enkel troostwoord bij het sterven, door derden behoeven te hooren kweelen, wijl het laatste levensoogenblik van hem, ook het laatste van haar zou zijn; en andersom. Zoo had Ma-nus eens de heerlijke verborgen zielebedwelming van Romeo en Julia en den zoeten waanzin van hun doodsdroeve liefde, meegeleefd als een opperste werkelijkheid. Zoo was hij, dwarse bochel, te grauw om voor aap te dansen, eens en telkens weer bij het zien en lezen van Romeo en Julia, overhuiverd door een begoocheling die hem al het snikkend-smachtende van Julia's rein liefdehart en van Romeo's liefde-die-tot-liefde-ijlt en die gansch een minnaarsleven in enkele tijdelooze uren van zaligheid verbrast, weenende zich bewust geworden.
Het vrouwelijke en het mannelijke moest geheel tot een innerlijke eenheid van leven en willen saamgroeien in een nieuwe geboorte-foltering. Er was voor Manus Peet niets heiligers dan dit adem-inzuigen van eikaars innerlijk zacht-jubelend bestaan. Déze geheimzinnige liefdes-eenheid alleen, wilde hij ondergaan; al het andere viel onder de betrekkelijkheid die hij verachtte als een rustelooze, blinde woeling van het onbeheerschte leven. Manus meende, dat vooral vrouwen zóó begeerden, de bovenmenschelijke liefdeverrukkingen als hij, en misschien, om het onbereikbare, ondergingen de hoogste liefdes-naturen juist, de sriijdendste en smartelijkste ontgoochelingen. De vrouw leek hem oneindig minder dierlijk zinnenmensch dan de man, ook al waren er vrouwen, peilloozer van hartstocht en verwrongener van driften dan de wellustige kerels, verblinde opduikers uit genot en razernij.
De vrouw, uit het onbewuste, hunkerde welhaast altijd naar eenheid. Dat ervoer Manus zelfs in Corry's lot-tartenden liefdedrang naar Karei. Er moest niet eens verschil in lichamelijke gewaarwordingen mogelijk zijn ... Halt, nu hoorde Manus toch weer den inwendigen schater van zijn ongeloof.