234
vuur van malkanders hunkerende lichaam, kon het altijd op één hoogte blijven lichten. Manus zou van het wezen dat hij liefhad geen oogenblik ronddoling van en afdwaling naar gedachten- en gevoelsoorden waar hij niet toefde, kunnen dulden. En andersom moest zijn vrouw van en in hem dit precies Zco begeeren. Het moest in hun sterfelijke eeuwigheid blijven en zijn, één uitwisselen van levensadem; één huiverig in elkaar vergaan en weer even ontastelijk in elkaar ontstaan. Er mocht geen verborgen trekje, geen verborgen kronkeltje in twee geliefden voor malkander geheim blijven of wegwankelen, aleêr te zijn gezien door beiden. Het moest een zoo volstrekt saamleven wezen, zoo volkomen doordrenkt van eenheid, dat het spreken tot d'een, ook een wezenlijk spreken was tot d'ander. Voor Manus moest het een organische inééngroeiïng blijven van alle edele en gebrekkige eigenschappen. De een moest pijn gevoelen als de ander pijn gevoelde; de een moest verdriet hebben als de ander hartzeer had. De een moest lachen als d'ander lachte. Manus eischte dat zij eeuwig en altijd bij elkander moesten zijn en zij, door niets of door niemand zich zouden laten scheiden. Hoe krenkend bespot of gehekeld deze schuwe liefde ook kon worden. Als zij zel-ven maar, dacht Manus, hun eenheid als iets onverbrekelijks, iets levens-heiligs ondergingen, waar toch geen enkel ander sterveling vat op kreeg. Want kon ooit iets of iemand afzonderlijk er op inwerken, dan was de reine eenheid gebroken. In hun ideale eenheid, meende Manus, vermochten zij toch als twee-één-wezen mee te doen aan het geheele leven, doch zoodra de wereld één oogenblik van gescheidenheid eischte in wreed spel of in ontuchtig behagen, — moesten zij zich van die menigte afwenden, zonder een woord verklaring.
In de praktijk zou dit liefde-saamzijn in al zijn volstrektheid, besefte Manus, een dolle klucht-karikatuur worden, een taaie verknoesting of zinneloos bedrog of armelijk vertoo-nen, een flonkerend spel van gekneusde en geschonden mensch-engelen-vleugels. Doch in wélke praktijk? In die der anders