231
Manus had nu in zijn eigen mijmerwezen al het verborgene van liefde-ontroering en liefde-gevoel en alle remmende werkingen van geest tegen instinct, zoo koel-rustig overwogen, dat anderen, indien zij zijn besluiten hoorden, wel naar-stiglijk zouden vaststellen: dit rampzalige bocheltje kende de dolle achterdocht, de schrijnende smartfolteringen der jaloezie en de zoete verdwazing, de bedwelmende begeerte en de verheimelijkte vervoeringen der liefde niet. Zijn kerkhofje en de popels, zijn vlieringraampjes in het stille, zilverachtige maanglanzen en de duistere of doorfonkelde sterrennachten dan tot getuigen, dat hij, na Corry's verschijnen, er al den zoeten en doodelijken waanzin, al de droefnis en heimwee van doorleefde! En toch huiverde hij niet terug voor deze, alle verrukkingen-wegschroeiende vraag: was de gansche liefdedroom en liefde-idealiteit niet een schaduw-schichtig toover-sprookje, een omhuichelde zinnenbegoocheling? Was de liefde niet een beangstigende, tragische zelfmisleiding, een vér-uitstraiende luchtspiegeling van het geheimzinnige innerlijke leven, als de hunkerende menschenziel het ergst, dorst en honger te na kwam? Waarom voelde hij zijn liefde nu, als een tragische misleiding van zijn eenzelvige, mensche-lijke natuur, door het ondoorgrondelijke lot eigenlijk voor de meest volstrekte eenzaamheid bestemd? Zou er werkelijk, vroeg Manus zich af, een vereeniging voor het geheele leven mogelijk blijken, tusschen twee wezens die eikaars saamzijn als onverbreeklijke aanvullingen beseffen en in wie alles: wil, drang, begeerte, hartstocht, verlangen, vreugde en genot, droefnis en mijmering, tezaam vielen als lichtvlam in één kristal? Hoe moest Manus dat wonder dan beleven? Eens zoetjesaan narafelen. Een man en een vrouw ontmoeten elkaar. Vóór deze teederlijke stonde zijn zij vreemden, elkaar-niet-kennen-den; zelfs als nichten en neven. Zulk een teedere jongeling dan is het weinig-verbluffend voortbrengsel van zekere onbekende schepselen en ook de jongejuffrouw is iets diergelijks. Nou moest Manus rekenen, rekenen. Want zulk een