237
eigene, verborgene en die betoovering niet aanwijsbaar, wijl deze in alles, in een lach, een woord, een tred, een bezinning, een aarzeling, een kreet zich openbaarden. Manus Peet wist het nu zeker: hij zou altijd naast haar kunnen gaan, zonder één verbijsterend moment verdwaasd en in wulpsche over-ver-hittingen van driften, als Karei en Jan, te snakken naar een kil kusje, naar liefkoozingen of zinnelijke bevrediging. Dit achtte hij ook zoo potsierlijk en in wezen afgrijselijk, dat zelfs de lut-telste mogelijkheid ertoe, in zijn hunkerende gedachten niet opdook. Doch wel verlangde hij onafgebroken, haar ontroerde of uitdagende of schertsende stem te hooren en het vage ritselen van haar kleeren. Wel verlangde hij naar haar blank-blond gezicht, naar haar snelle en begoochelende bewegingen, naar haar aarzelenden of spottenden glimlach en het meest nog, naar haar ernstige, fijnvrouwelijke schaamachtigheid, die juist zoo bedeesd en meisjeslief achter haar losbandige tarterij en brutaliteit schuchterlijk wegkroop. Want Manus zocht, hoe dwaas het Mooie Karei ook de onwillige ooren zou inklinken, naar de kuische Corry, die Satan vreesde en op wonderbescherming, op onverklaarde godshulp of een straffend bijgeloof rekende.
Met een ongerimpeld geweten wachtte Peet al haar over-vloedig-stoeische en schei-schermutselende woorden af, tot zij zichzelf naar de bezonnenheid terugdrong. Dan wist hij niet of een kreet van haar, vreugde of pijn beduidde. Dan keek zij naar hem als een schichtig paard in schemerduister naar een vreemde gestalte; zonk alle fanatieke leefdrift uit haar zangerige stem weg. Zoo, in de zoete stilte van het beschouwende rust-oogenblik, werd zij door geen ander bezien in haar innerlijke ontberingen en twijfelingen. Voor Mooie Karei droeg zij den lokkenden wellust van haar trots-koele en toch he-vig-jaloersche wezen, al onmiddellijk onder de geurige kleeren mee. Voor hém niet. Voor Manus was haar zinnenbekoring en haar wellustig-koud flirtspel juist een prikkelende hindernis en een verzwakking. Hij minachtte somwijlen haar zorgelooze charme en het strenge, afwerende en onbewogene in haar