220
uitdagendste hartstochtenspel bestudeerd onder alle soort menschen, in d'omgeving van Joden Jet, in Nes, op Zeedijk en in den Jordaan. Doch nooit had hij uit eigen aandrift een meid naar een Bult of naar een gebrekkige zien grijpen. Wat een gezicht,... als een litafel die kuit schiet! Het wellustbeest de man, zou evenmin voor een vrouwelijk Bultje in liefde zich kunnen verteederen. Manus lachte stilletjes: stel je voor,... een slanke man in den nachtelijk-blauwen maneschijn, heel romantisch, bij avondvreê, verliefd tsjirpend en verrukt heengebogen over een scheeven rug, een ingedrukten nek en sluik haar! Zoete liefdes-elegie! En als het dan tóch gebeurde, wat dan? Rekenen Manus, rekenen. Ook in dit geval hing hij niet in twijfel. Dan bleven de verborgen motieven tóch bestaan. Misleiding om geldzucht, zelfvernedering uit voordeel en in het zeldzaamste geval,... overgave uit deernis, genegenheidsmeelij! Manus kon het zich niet anders voorstellen, dan dat de mismaakten altijd weer het spontane lustgevoel van het gezond-van-lijf-en-leden-schepsel moésten krenken en potsierlijk bekriebelen met een soort van spotzuch-tigen afkeer.
Hoe kon nou ooit een meid als Corry, Gouwenaar's Dahlia, die riek naar jeugddauw, één oogenblik van teederheid of liefdes-ontroering ondergaan voor een ruienden roek als hij? Waterverf! Het zacht-gezellige knorgenot van zijn kattengespin hoorden alleen zijn eigen ooren en de klamme muurtjes van zijn kluis. De kans, zoo deze niet ironisch uitviel, kon voor hem nooit keeren. Dat hij op die prachtmeid dol en razend verliefd was, nou ja, dat leek toch heel begrijpelijk. Wat een knevel! Zijn oogen bezweken al, zoodra hij het schuwe puntje van haar schuifelend schoentje ergens zag uitneuzen. Maar zou hij ooit verliefd hebben kunnen worden op een Bocheltje, een meiske met een ongezoenden, kuischen hals, dat druilerig uit het schaamachtige besef van haar mismaaktheid trad en verwrongen haar maagdschap bood?
— Ja,,., zeurden de braven er tegenin,... wat is nou het