202
bekeken, minachtelijk als een schaamtelooze misdadiger. Toen de sergeant van de wacht hem weer naar de strafcel terugsleurde en kloekjes-veilig de deur opensloot, ontvluchtte Jan Gouwenaar, om aan den overkant,... een glaasje bier te drinken. Maar het grondzee'tje van de Mauritskade was nogal breed. De geschrikte sergeant stond effetjes stijf als een duk-dalfje en jammerde, met de sleutels in zijn hand:
— Houdt hem ... houdt hem!
Maar jawel, toen Jan eenmaal den wal had bereikt sprong hij het water in en weg was hij. De spugende sleper schreeuwde maar:
— Kom terug, kom terug... want ik schiet je voor je kanes!
— De waarheid Schele? . . . segge ze in de Jordaan!
Maar de waggelpens durfde niet. . . bang voor een
bloedplas.
Toen Jan zich aan den overkant als een natte hond had op-geheschen, stond er een klein pootig luitenantje hem óp te wachten.
— Krijg 't pepervuur ... dofgajes!
Nou komt dat zee'tje en slaat zijn skuit van koers af. Hij, dubbellicht van top, houdt zich roereloos. Het toeloo-pende volk was een beetje op Jan's hand en wilde hem ontzetten. Maar de gewapende macht kwam met een looppasje aanrennen.
— Ik leg gemeerd,... mompelde Jan moedeloos.
Niks lukte. Alles gong dwars tegen den boeg in,... seperasie op seperasie! Nou had hij nog wel zoo'een gekloft blankgeschuurd hoefie in zijn binnemeluk ... enne ... behoorde zijn stam-vaar nog wel tot het Utrechtsche Kapittel!
Hij werd zwaar geboeid in zijn nat pak, onder stooten en boffen naar de kazerne teruggesleurd. Weer kroop hij weg in de koude, stikdonkere cel, bibberend van narigheid en ellende. Een oogenblik opnieuw, golfde een dolzinnige woede door zijn knar. Maar hij was te beroerd, te lamlendig om te
Binnemeluk: binnenzak.