ig6
Heerlijk was dat, muziek op het voordek. Vooral midzomeravonden, als het maar niet donker kon worden over zee en het bleef lichten, zoo ver en zoo vér, dat je eigenlijk geen kim meer kon zien. Dat was op een passagiersboot het lolligst. Als hij 's avonds dan op wacht hing, dan stongen de derde-klas-tuiggasten, Spagnolen en Italianen, al naar beneden te schreeuwen, naar de schemerschuwe stookplaat, om muziek. Dan riep hij heel trots naar boven:
— Spero momento!
Dat zooveel zeggen wou als: effetjes geduld alsjeblieft, spierinkjes! En dan begon Jantje Kordaat goedschiks of kwaadschiks zijn zwierderig harmonicaatje adem en leven in te blazen dat het hijgde, en dan klonk het slagwerk zoo zoetjes en zoo fijn-beverig door den stillen hemel, .. . o! ellendig mooi! En dat gong zoo maar door, horrie óp, tot twaalf of éen uur 's nachts. Want dan kwamen er ook tweede- en eerste-klas-passagiers, pure haantjepiks aankuieren en die luisterden als katten naar een muizen-geruchtje. En dan zongen de maats van alles, ketier,... van vroolijkheid en treurigheid, en Jan speelde zich lam en blind, onder den rooden walm van de vuren. Gong hij eindelijk naar kooi, dan had hij een dik pakje bonnetjes voor limonade of bier of nabiet.
Andere keeren weer, als er zwaar-zwoegend kolenwerk moest worden aangepakt en de een voor den ander wat lui leek uitgevallen, dan brachten zij elkaar in prikkelende spanning door korte spreukjes of herinneringen-opwekkende zinnetjes. Jan Gouwenaar riep het eerst:
— Jongens ... 'n skoppie óp feur Rooie Riek ... een hartelijke, zachtzinnige meid achter het garnalenstalletje uit de Willemstraat, tegenover Dien de Kapper. Een andere stoker kreet, naijverig en verliefd:
— Soefte!... Barkie roeg barre!... Dan óók een feur me Swarte Jansie uit de gondeltijys op de Dijk ... mit 'n klap en 'n pijl!
Waartusschen een derde schreeuwde:
— Van mijn 'n skoppie feur de Kluif van 't Kolkie!
Ketier (Arabisch): veel, mooi. — Nabiet (Arabisch): wijn. — Barkie roeg barre (Arabisch).: Het schip gaat weg. — Soefte: kijk!