154
heel, heel stiekem, aume Karei onder het donkere vod Jan Klaassen maken en gesmoord gichelen.Want Dirkje mocht een wankelen poot van de ״kast" vasthouden of stutten. Dan dook aume Karei weer onder de kap uit en verzocht hij weer effetjes stilte en aandacht, vroeg, of alles op stel keek. Dan drukte hij op een knoppie; zei hij, als het een gooser met een slaplip was:
— Nou effe kijke of 'n soen op je mond smelt...
Dan een rukkie.
— Gebeurd,... seit-ie kortaf.
En daar overheen nog één keer, voor de sekurigheid. Stonge ze weer met d'r bakkese zoo mal-strak of ze vouwde d'r eige óp van de lach.
Zij moesten allemaal de helft vooruit betalen. De aare helft, a!s zij den volgenden dag het portret mochten komen halen. Maar nou begreep Bromtol er nog minder van, uit wat hij hoorde. Want aan al die meiden en jongens, vrouwen en kerels gaf aume Karei telkens een ander adres op,... zoo maar ijskoud en geniepig verzonnen. Gonge de scharrebierstomme lui dan weg als ze eerst wat hadden gedokt, dan schoot aume Karei Piet Ooge-dicht aan, die een eindje voor hem uitliep en het toestel droeg; slenterden ze naar Dronken Sanne of naar Mageren Hein of gongen ze ergens anders hun zieltjes schoren,... en weer trippelde Bromtol verschrikkelijk-hoesterig achter hun hakken en hield hij als een schelmsch bedelaartje zijn poengassie op, zoo bij nacht en ontij, tot ze 't in 't snotje kregen.
— Oele!... schreeuwde Mooie Karei... Wa mó je? Getapt, ... 'n klare-jenefer of 'n silverkluitje?
Dan kreeg Bromtol een mafïie in zijn morsige pet en joolde hij van plezier. Maar echt, echt giéren werd het pas, toen hij hoorde dat aume Karel's toestel heelemaal kaduuk was: een oud, verroest kreng zonder schroef j es, op de markt gekocht voor een halve piek, zonder lens en zonder kijker, en dat hij zoo maar al die menschen, die uitgedroogde bokkingen, tegen de nakende plank op had laten fotografeeren. Want platen had hij nog nooit bezeten.
Ook gingen Bromtol's avonden om met roekelooze straat-
Poengassie : bedelpetje. — Silverkluitje: dubbeltje.