Saul en David

Titel
Saul en David

Jaar
1914

Druk
1914

Overig
1ed 1914

Pagina's
129



Abner (ontsteld.)

Een geest-bezwering?

Saul (beschaamd.)

Het onbedrieglijkste.

Amassa.

Maar doodzonde, mijn vorst!

Saul.

Ik weet het mannen, maar wek toch mijn gedoofde ziel niet op met waakschheid uwer klare zinnen. — De teerkost van mijn gemoed is nu... besluiering van eigen blik, bedwelming ook van and'rer oordeel. —

(met droefheid.) Heb deernis met uw vorst; oud ben ik en gebroken, door zèlf-geschapen ramp. Het leven is mij nü... verzadiging. — Een menschenhart, zóó door verdriet en wrevel uitgescheurd, ligt voor den dood te reut'len. De laatste karavaan op zijnen levenstocht, is van illusies uitgemoord,

en door de wanhoop afgeplunderd. — Voor zulk een mensch, zijn gaan en staan, zijn rusten en zijn werken,... het is om niet gedaan. — Zijn ooren zijn met aard gevuld, zijn oogen volgesmakt met drek. Hij is doof en blind, en strompelt door zijn land en niemand hoort hem meer. — God's waat'ren blijven bruisend d'aard omspoelen en Hij troont roereloos in 't hoogst der hemelen en laat het uit zijn onder-sfeeren sneeuwen, reeg'nen, haag'len op een blind gelaat. — O mannen, luister. Wij zijn nietswaardigen, die om elkander henedolen en tasten bij het licht, terwijl Hij ziet in ondoordringbaarst duister; — de boozen en de dwazen, zij rooven bei de lucht van vromen en

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.