Saul en David

Titel
Saul en David

Jaar
1914

Druk
1914

Overig
1ed 1914

Pagina's
129



door wierook en gezwaai

van myrthenstaf. O vrienden, blijf! Mijn zinnen zijn gegrepen door een verbijstering der stille angsten, die jagen, j&gen mijn gedachten rond. — Die angsten zélve zijn onzichtbaar

en als de wind, zonder gelaat. Er treedt een wil door héél mijn wezen, die boven en om mijn eigen lijfelijk bestaan zich perst en met een vreeselijke kracht mijn bang-benarde zélf verplet. — Mijn zwakke geest voor duist're voorgevoelens vlucht; mijn sterke spant de zenuw op dit ééne doel, beveelt:... blijf hier I — O 'k weet het, dapp're krijgers, ik zondig gruwbaar tegen God's Gebod. Toch is de trage lamheid van mijn wil geheven, doorrilt mij een ontroering ongekend. Ik weet, de tooverij is voor God's aangezicht d'afzichtelijkste kunst der menschen. Maar nu zal ik een bloedende wond gaan persen en d'eigen tong het krijten wreed beletten. — Vergeef mij mannen, ik wil weten! — Die zwarte woeling van mijn drang is algeweldig, nu morgen ik den Filistijn bevecht. Nooit deed ik zond'ger daad met méér gerustheid, hoewel een innerlijke angst mij somber maant. — Ik snak, ik snak er naar te weten mannen, hoe God zijn volk nu leiden zal. Dat brandende verlang naar eigen lots-onthulling, is boos, verdoembaar, zondig. — Dat God mij tuchtige,... de toekomst wil ik zien!

Abner.

Voorspelling dus, mijn heer?

Saul.

Neen,... méér. Ik roep ... den geest van Samuel op. —

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.