87
meisje (dringend.)
Mag ik blijven, meesteres?
Wichelaarster (streng.)
Neen!... neen!...
Meisje. En eerst u zei...
Wichelaarster (korzelig onderbrekend.)
Zei... zei... kind, ik zei niets ... Ik zei... schuil op bet blinde pad en hoor mijn roep. Driemaal.
Meisje.
't Zjn vreemdelingen. Wichelaarster (gretig.) Die dragen gouden sikkels mee. Tot één van hen ik sprak: ik laat de deur op kier. Terwijl zij komen, ik spied in 't rond.
Wicbelaarster luistert met haar oor aan de deur in 't front. —
Hiér kind,... ik hoor gestap en zacht gepraat. Wij gaan het and're pad.
Wichelaarster en meisje af door den geheimen uitgang links. —
TWEEDE TOONEEL.
Saul, zeer verouderd, gevolgd door Amassa en Abner, komen op, gehéél vermomd.
Saul (naar Abner.) Is hier de kluis der vrouw ?
Abner (diep buigend.)
Zoo is 't mijn vorst.