Saul en David

Titel
Saul en David

Jaar
1914

Druk
1914

Overig
1ed 1914

Pagina's
129



85

kwijnen in hun holt en d'ingerimpelde smart in groeven er rond uitgeteekend ... nti slaat een schreiend meelij in mij óp, gedenk ik al de liefde-taal, mij toegeworpen, toen ik zijn knecht nog was en harpenaar. — (naar

de mannen.) Gü weet, mijn dapp're mannen, ik vrees geen menschelijk wezen. Maar een Gezalfde des Heeren roer ik niet aan! (Stilte. David

loopt heen en weer.) Snijdt mij een slip van zijnen mantel, die ik hem toonen zal, als hij

vertrokken is van hier. 'k Zal hem zeggen, dat zijne ziel was in de hand van David, d'oproerling, dien hij zijn leven lang bejagen wil. Maar dat ik toch geen haar

van zjjnen kruin wou schenden! Gehoorzaam mü, mijn mannen! Zoo aanstonds leerde mij, de groote Ziener Samuel... Wéét van geen wank'len! Al wat gij doet...

de vastheid God's zij in uw daad. (Een krijger snijdt een slip van Saul's mantel. Alle vertrekken daarna door de grot-opening.) (Nu David, alleen, als in zichzelf verzonken.) Mijn jonathan, mijn Jonathan, gij hebt uw vader lief! Ik spaar hem ook voor ü. — Uw edelst vriendenhart

mag mij nu richten. — (buigt hei hoofd.)

Doek.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.