Saul en David

Titel
Saul en David

Jaar
1914

Druk
1914

Overig
1ed 1914

Pagina's
129



83

Een krijger. Laat ik de speer hem drijven door 't bewustelooze lijf; aan d'aard hem nagelen, dien boozen gek! Woordvoerders en krijgers dringen met speer op Saul dreigend aan.

David (zijn zwaard trekkend, terwijl de bende ontstelt ach teruitwijkt.) Achteruit!... 'k Beveel 't u ... uw Hoofd! Uw haat breekt los als tuimelende wervelwind in 't bosch. (zachter.) Vergeef mij Eliab en Samma, dapp're broeders; ook gij, mijn koene krijgers. Temt toch uw driften en bezint, (innerlijk zeer be׳ Erkent; wie sloeg dees' man de wonden [wogen.) brandender dan mij? Wie roofde hij wraakgier'ger 't geluk der jonge ziel? Uw leed, mijn Abjathar, bleef ongepeild, toen hij uw vader moorden liet. Maar ook mijn smart. Stond hij met moord-gedreig en overval niet ieder uur mij naar het leven? Scheurde hij niet Jonathan van mijne zij? Schonk hij niet weg mijn teed're vrouw, ontstal hij niet mijn

kind'ren, huis en erf? En sloeg hij niet met smaad, kwaadwillig 't grijze hoofd mijns vaders? En liet hij d'oude oogen van mijn moeder niet schreien tot haar laatsten snik? Tóch zeg ik u.... roer uwen vorst niet aan. Ik smeek het u, na innerlijk beraad. —

Abjathar. De wraak is wilder steigerend, dan een dol-geworden paard. Toch temt een zachte hand soms wonderlijk, en brengt een vreemden huiver van

ontroeren aan. —

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.