79
en ik ,.. vervoerd... wil worden ... naar... het kamp ... nu ... ga 1...
Saul, na eerst nog van het gestoelte dieper de grot te zijn ingestrompeld, valt in slaap.
Wapendrager (verschrikt om zich heen starend.) Wat ijs'lijk oord! Alleen de uilen huilen. Nu slaapt de koning weer zijn vreeselijken slaap, alsof de dood
al op hem ligt. — Ik ga en in de vert' zal ik d'alarmen blazen. —
(wapendrager af.)
VIERDE TOONEEL.
Na een zacht hoornsein van den geheimen wacht, vertrekt deze en keert met eenige manschappen van David in hevige opgewondenheid terug. —
De wacht (geheimzinnig.)
Ik zegt 't u... 't Is de koning!
Stemmen.
Hij is 't! Geen zinsbedrog! De koning!
abjathar (met toorts bijlichtend.)
Ja wis... het is de koning.
Eliab.
Roep David! Een krijger.
De overste keert juist hierheen. —