Saul en David

Titel
Saul en David

Jaar
1914

Druk
1914

Overig
1ed 1914

Pagina's
129



76

Samuel zegent hem. De mannen uit de grot dringen onstuimiglijk naar vóór, vallen op de knie met gebogen hoofd. Samuel zegent ze met een breed gebaar.

samuel (rustig maar plechtig.)

Dat God u alle hoede. —

David.

De laatste nachtwaak viel; mijn krijgers staan gereed. Laat hen het pad u toch belichten! Allen af, behalve David, die peinzend voor zich uit blijft staren, terwijl een krijger in een rotswand-holte, neven zijn gelaat een fakkel plant.

TWEEDE TOONEEL.

Uit de duisternis komt Abjathar op.

abjathar (eerbiedig tot David.)

Ik waag het u te storen ... Uw zangster vraagt naar haren heer. .

david (die opschrikt bij Abja-thar's stem.)

Ontwaakte Abichaèl? Abjathar. Ontwaakt is zij, 't oog doorschitterd van een droomen-roes. — Zij wilde haastiglijk hierheen...

Zij droomde van een kroon...

david (ontzet en plechtig.) Stil Abjathar... doof niet den heil'gen klank van Samuel's stem in mij, den innerlijken nazang van zijn wijsheid. —

Abjathar. Zoo schoon is Abichaël nu... omschenen van een profetie I.. .

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.