Saul en David

Titel
Saul en David

Jaar
1914

Druk
1914

Overig
1ed 1914

Pagina's
129



117

Uitgeput en raadloos eind'lijk, hij stortte zich in éigen zwaard

en stierf den heldendood! — David (ontzet.) Dus Saul heeft dan zichzélf gedood ... is niet geschonden door d'Amalekieten-hand? (tot de twee krijgers die den Amalekiet opbrachten.) Dan heeft dees' ontredderde ziel, de cierselen en kroon van Sauls hoofd en arm geroofd!... Hém treffe het bloedvonnis, mijn krijgers! — (pauze. Dan allersmartelijkst.)

Mijn volk, mijn neergetrapte volk, ik zing uw treurlied en uw wraakzang. (ingezonken

droef.)

De smart heeft mij gebroken ... vertrekt gij alle nu; laat mij alleen. — (Allen af. Alleen Abichaël en David blijven.)

David (zeer zacht, hevig bewogen en met weenende stem sprekend.) Zie Abichal, nu is mijn volk verplet op Gilboa's gebergt', door God's gerechtigheid. — De docht'ren Isrel's zullen weenen en met gescheurde kleederen den weg met rouw bedroeven. — Toch... ééns zal Hij hen wreeken! ... (stilte.) Maar Jonathan is dood... Al moordde ik duizend Filistijnen...

hij keert niet weer. Michal's verlies was mij een bange droefenis ... Maar Jonathan ... hém naakt geen sterveling, (zeer bewogen.) In de grot van Adulam, voor de starende oogen God's, wü sloten een verbond van

eeuw'ge broederschap. Nooit was een zoon zóó zoon, een vriend zóó vriend! — Zijn denken was mijn denken;

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.