105
saul (met fluisterende stem, gebukt voorde toovenares.) Wat zegt hij u ? Wichelaarster (alsof ze luistert.) Nu Samuel spreekt en zegt:... waarom gij hém, ontslapene, tot hier wilt verontrusten met uw mensch'lijke benauwenis ?... Saul (in hevige verwarring, zeer bleek.)
Zeg vrouw hem, dat ik in groote angsten leef;
dat, nu God in al Zijn teek'nen zweeg,
mijn laatste moed is afgeweken.
Morgen den dag, ga ik den Filistijn 'bekampen.
Mijn legerplaats gonst van gerucht. —
Ook 't volk roept aan zijn Heer, maar
krijgt geen bijstand. De heuv'len walmen zwart
van alle offeren, van bok en ram en schaap.
Het brand-altaar is als een vlamme-oven ...
D'Eeuw'ge zwijgt!...
In razende benardheid smeek ik Samuel nu om raad en bijstand
vóór den slag. — wichelaarster (weer alsof ze luistert vóór ze antwoordt.)
Nu Samuel spreekt en zegt:... dat ook de padde huilt in angst; onreine geest slechts jamm'ren kan, Maar dat de Eeuwige zal doen, gelijk Hij het voorspelde:... Uw koningsmacht is uit uw hand gescheurd en David overreikt.
Na u, zal hij regeeren! —
Saul (in een woest-smartelijken huil uitbarstend.) Tóch hij!!... Wichelaarster. Nu Samuel spreekt en zegt:... dat God in Zijnen toorn ziedend.