97
Saul.
Ook wij beloven ze u. — Wichelaarster. Want alles gaat in 't strengst geheim.
saul (knikkend).
We zwijgen. — Wichelaarster. Is 't voorzegging, droom-uitlegging,
die gij wenscht?
Saul.
Kent gij dit all'? Wichelaarster (knielt in haar too-verkring op den grond, tusschen de kroesen en moms.) Het duistere gediert', dat aan de avondlucht zijn vlerken scherpt, heeft ons de oogen-kracht, voor 't verborg'ne toebedeeld.
saul (kijkt schimpend op haar neer.)
Afgoderij of listig
Woord-bedrog I
Wichelaarster. Afgoderij is vloek-verwant van 't booze. Mij houdt gij toch verdacht van bijgeloof. — Tóch zeg ik u: de dieren en de nacht, ze zijn mijn stil-geheime meesters. — Ik leef bij schemering, als gij bij licht, in volle helderheid van blik. Ik tast de doornen aan en scheur mij geene wonden. — Gij plukt de roos en lokt het ongeluk. — Al wat mijn stille vingeren beroeren, gaat aan het huiv'ren en daarom vreest men ons als melaatschheid, pest. — Nü staat gjj hoofd-geheven, met spottend