68
hield soms plots éven op, druischte dan weer aan, als vloeide 't zeis-geruisch van 'n maaier door 't donker heen.
Lijzig nog bond de Ouë 't spantouw om de achterpooten van 't dier, voor ie melken ging, en lijziger ging ie zitten op 'n melkblok, als 'n stratenmaker op éénpootig krukje, met de melkketel tusschen z'n knieën gekneld, éven opgelicht, van zich af. Z'n handen eerst nat-sabbelend in z'n mond kneep en trok ie tegelijk in maatgang aan de spenen. Zacht-regenend in bleeke straaltjes, spoot sis-scherp 't melk-zoet den emmer in. Piet was ook ingeloopen, rugde naast Dirk tegen den muur. Hij hield er van zoo na 't melken 'n paar lauwe glazen in te slaan. Daar loerde ie nu al op, gulzig maar stil. Dichter had hij 't lampje naar z'n vader geschoven. Het profiel van ouë Gerrit kwam nu zwart-fijn en scherp op het inslinkende onder kruis van de koe schaduwen, fijn boerenprofiel met lokkenhang, puntig, dat lichtelijk mee-trilde met huid-siddering van koebeest. Maar telkens doezelde schaduwprofiel weg, of verwrong in woeste karikatuur op zwarte dijplekken tusschen huidwit in, als de Ouë, stram voorover bukte op melkblok, naar andere uiers, den emmer in schuineren stand knelde om de straaltjes-beter te vangen. Dan donkerde z'n ingebogen lichaam schaduw-bevracht wég, tusschen de zwak-belichte schoften van het andere warme koebeest, dat tegen 'm aangedrongen stond, zacht loeide, in wellust om ook gemolken te worden.
— Wa bliksems mooie makelai hep ie tug, heé Ouë, stem-zong Piet.
— Oftie____huhu.... huhu !.... dofte beklemd stem van
Gerrit tusschen flanken-inknelling van de beesten uit. — Onrustig bewoog de wachtende koe z'n achterpooten, drong nauwer öp tegen den Ouë, zacht zwiepend met staart, die opgebonden kronkelde, aan 't bindtouw. Urinelucht zoog zwaarder door den stal, en het koevuil plompte vet en zwaar-dampend in de groep, vlak voor de kou-uitrookende monden der loom-kijkende kerels.
Telkens vielen er bonkende geluiden in de stal-stilte uit het achterend, en als de koeien met hun ringen schoven waarmee