64
zeggen. De dokter was er bij geroepen, had hooge rekeningen gestuurd, drankjes, drankjes uit eigen apotheek, zonder eind, ook de jonge arts werd er bij gehaald en in potjeslatijn hadden ze uitgemaakt dat ze 'r beide niks van snapten. Alleen de jongste mompelde iets van .... dementie.... hersenverwee-king.... Toen ouë Gerrit 'm vroeg, wat 't was, had ie z'n schouders opgehaald en alleen gezegd : ,,maar geduld hebben."" In dien tijd had zij alle moeite gedaan om er van af te komen, zonder drankjes. Want eerst dacht ze ook dat 't aan haar zelf lag. Toen wou ze, wou ze onthouen, iets dat 'r eenmaal inzat.. Ze groef 't in 'r hoofd, metselde 't in 'r geheugen, met drift. Dan begon ze te zweeten, te zwellen in onrust, in benauwing en lag ze in stille worsteling met de dingen die ze hoorde en wist.. Ja.. ja, nou had ze 't nog.. 't bleef.. 't bleef.. nog.. nog!.. Maar dan, heel zachtjes, kwam er verslapping, was ze vreemdver afgedwaald van wat ze moest, wilde weten, ging 'r de heele boel ontglippen.... Dan wist ze plots niet waarvoor ze zich toch zoo inspande. Er begon raar, wezenloos gedoezel in 'r hoofd te broeien, gedruk en iets heet-suizends kwam in 'r opstijgen. . Eindelijk dofte alles uit, ontspande en dommelde tegelijk wèg haar wil ; begon weer dat stille smart-geknaag, zonder dat ze wist waarom. Plots dan, in het duister van 'r indommelen hoorde ze 'n schreeuw, zag 'n woedegezicht, rammelde 'n vloek boven 'r hoofd, drong 'n vuist op 'r aan; — nou hoorde ze stemmen van 'r zoons, 'r man, dat ze dat weer en dit weer vergeten had. Niks meer kon ze zich herinneren. — Alles, klonk weer nieuw voor haar, en kort, heel kort dan, begreep ze, dat ze weer die dingen vergeten moest hebben. Dat pijnigde 'r erger. Sterker drong bij tijen de angst op 'r aan wat ze beginnen moest, als dat zoo door ging. Onder hun hoon, hun schimp bleef ze radeloos, staar-bleek voor zich uitzien als levenlooze, omdat ze niet zeggen kon, met geen woord, tegen die woedende gezichten, wat er in 'r gebeurde. In die oogenblikken, dat ze om 'r heen dreigden in woest gekrijsch met woede-gebaar, voelde ze, onder haar eigen staren of ze stikken ging, dichtsnoering van 'r keel, met net nog 'n heel klein beetje