340
kleurvedertjes van zwaluwstalig licht, stipten en trilden 't blauw-zilverige avondgebloemte in de glanszonne, maar lichter, weeker van vvéérgloedjes, tusschen de blanke boeketjes van geel-kransige madeliefjes en akkerkoorn, die heel broos, heel blank kuste 't licht. — Teer wit, in blank gevloei van licht, al teerder en fijner, zilverden de witjes-madelieven öp tusschen het schitter-fijne vergelend gras. Van alle kanten staarden uit den wond'ren lichtstroom van 't goud-doorzeisdc grasgroen, de bloemgezichtjes. Overal zongen laat licht, en laat doorgloeide kleuren in den volstijgenden lentetooi, en 't diep violet, 't purper, 't rood, vloeide en deinde tusschen 't dauwende avond-paars. En 't landschap zong in avondvergouïng, met keeltjes van duizenden harpenaren.
Tusschen wilgenzilver en abeelensneeuw ging suizeling, die fluisterde dat lente sterven moest, ging laatste tril nog, in zoete koortsigheid van grondgeur en jong gras. Hoog, uit de boomen, van kruinen en dieperen avondglans, zong jubel plóts van nachtegaal, afscheidszang aan lente.
Tusschen de zoete zomergeuren van wei en tuin en lichtval, die tooverde roodgoud rond de struiken, — overgoude stof die verwasemde de avondstille wegjes, rood-zandige kronkelpaadjes en nauw-door-elkaar harpende boomen, — zilverde neer hun lyrische jubel. —
Laag op wilgentak, grauwde klein lijfje van nachtegaal. Z'n oogjes glansden nog van avondrood geluk, en staar en stil, luisterde ze naar triolenden lokzang, uit eigen wond're zilverkeeltje, lokzang opgroeiend in de heilige landstilte, tot zuiltje van parelend kwinkeleer en zoet tierelier. — Teer verhaperde eerst nog z'n lokkend vleiend fluitkeeltje, z'n kristallen gorgeltje, wat zangerige weemoeds-neuriing. En telkens brak z'n liedje, verstomd stil-staand in de vergoudende avondrust.
Dan plots borrelde zilveren tremolo, 't kristallen keeltje opzwellend in klank-zoet vleiend streelewijsje. Oogjes glansden rooder in gloed, z'n kopje luisterde zoet. Weer zette dierke in, kwam er smachting in 't streelewijsje,'rspoot 'n trillenspartel