336
Jonge, zoete geuren-hitte trilde uit de gouden aarde en lichtelijk schroeide de zon Wiereland. Tegen den middag alleen, beefde zwaarder hitte boven het groengoud van velden, flonkerde diep 't licht tusschen de bladeren, stond stil de zanglust van werkers, wèg in zwaren zwoeg.
Dirk en Kees werkten in 't paarse schaduwlommer, bij Gerrits aardappelengrond. Aan één zij achteruit, lag hun akker begrensd door woest, reusachtig tuinbrok van rijken, stillevenden kweeker Waarmer. Tot vlak achter de meidoornhaag van beukenlaan naar 't duin, liep diens tuin, groot en wild. 'n Lompe, nijdige heereboer, stil-levend en kwaadaardig, was Waarmer. Z'n huis in 't tuinbrok, lag er stil dicht-gegroeid en belommerd in groene schemerkoelte, tusschen reuzige olmen, eiken, beuken en diep gepoort van pracht-wilde lanen. Voorstuk met ijzerdraad afgepiekt keken de werkers in, schemerwoeste diep van den tuin, die nu in den Juniochtend te wonderen groeide, in sprokeatmosfeer van groengoude scheemring en kleurrankende bloei-pracht. Glans-statige kippetjes liepen los, rond te kokkelen en te kukelen druk en jolig door het gras, doken glans-schuchter, met punt-wiegelende staartjes wèg in 't hooge, blanke waterster, dat er neergesneeuwd wemelde in vonkschitter bedauwdrupt, broos en wiegelend op teeren, slanken stengel; hooge boeketten van blank licht, tusschen diep scheemrend goudgroen. Jonge abeeltjes stonden in wilden stammekronkel te sneeuwen met hun witte donsblad, te zilver-wuiven tegen luchtglanzen. En weeke luwte-schuifel zong om ze, als koelende zingende zomerregen in ruisch-tuin. —
En laag in 't wilde boomgroen, stond, in oud-goud rood baksteen, teer-tonig, verzakt en ingeslonken, 't stalhuis achter sier-dans van gouden regen, slanke stammetjes, met hun gouden trossen, trossen in prachthang, als lanen waartusschen zonne-webben te verglanzen ragden, in trillend waas. Midden in tuinbrok kringde open, schemering van groen grasvlaktetje, goud-zonnig uitduikend onder woeste beuken. Blanke ganzen waggelden 'r rond, teer 't oranje van hun bekken, en om hen dribbelden jonge blonde, kale kuikentjes, veerloos en druk, wegzakkend