327
wisten 't wel, maar ze beseften 't maar heel zelden en dan nog met angstigheid in 't hart.
't Hoorde nou eenmaal, met ontzag naar dokter, notaris, bankman, op te kijken, dat moest zoo maar blijven. En gretig heerschte Troost, met z'n familie-vertakking, over Wiereland en omtrek, 't sterkst onder arbeiders en pachtersvolkje. Vooral notaris heerschte mee, waar ze nog grooter angst-ontzag voor voelden. Want die baas-speelde nog direkter over hun wel en wee, over hun grond en pacht, hun schuld en rekening, aktes en hypotheekjes. Die kon ze wat voorgoochelen met cijfers, waarbij 't hun ging duizelen. Die deed in hun koppen angsten ontstaan, van allerlei soorten. Angst voor landheer, angst voor borgstelling, voor pacht, voor koop en verkoop. Die kon ze laten wachten op zaken en afhandeling van akten, dat ze de heele boel bedierf, verliep. Die kon ze bevoorrechten, weer achteruittrappen, sarren en de noodschroeven aanzetten, al naar ie bliefde. Flauw beseften er enkelen, dat notaris, dokter, bankenman hier rijk werden, van hün arbeid. Want luider ging 't gemompel, dat dokter arm gekomen was in de streek, voor veertig jaar, en nou rijk pronkte, schatrijk, z'n equipage uitstalde, zoo goed als notaris Breemsma; dat hij, in z'n praktijk uitgezogen had de pachterskliek en kleine burgertjes ; dat hij zwol, vetter wier van hün sappen. Er ging soms onderdrukt gegrom. Ze wisten wel, maar durfden niet spreken, dürfden niet. Ze likten liever zoo'n man met macht, ze aaiden, paaiden 'm, bogen, kropen voor 'm, belasterden, bespogen hun makkers om wit voetje bij notaris of dokter. Godsdiensthaat barstte los op kantoor, bij notaris, die er stil van profiteerde. Alle nieuwtjes van elkaar kwamen ze hèm brengen en voor loon, zoog ie ze uit, nog meer. Ootmoedig groetten zij rijkdoor־ voede, geurende kinders van notaris, dokter, notabelen-familie. Alleen, in dronkemansbuien, onder het schoremst werkstelletje barstte opgepropte haat los tegen dokter, notaris, burgervader. Bij kermisopstootjes en vechtpartijtjes op feestdag-avonden, schroeide en woelde haat en scheid-woede tegen notabelen rond, jeukten de knuisten om 'r op los te hakken, ging er een