320
Dokter Troost bleef 'r stil bekijken, schudde soms even zwak, z'n log hoofd. Dirk en Piet waren op hun kousen, met wasemende zweetgezichten de kamer ingeloopen, en Guurt met handen op 'r zij geoorkruikt, stond naast den dokter. Ouë Gerrit zat beverig en angstig tegen over Troost. Op tafel bij 't raam, vonkte uitgeschulpt karafje met konjak, kristallig, in groen-rooie lichtspatjes, op dofrood boersch-stug blaadje en deftig-stil ernaast, pronkten wat grove kelkjes, rustig glanzend in zonschijn.
— Nou moedertje, zwaar sprak Troost, en zeg nou eens wat verder....
— Wa.... wa ?.. .. schrok ze op, wa segt u ?... . gansch vergeten wie voor 'r zat. —
— Sacré nom, quelle misère ! bromde dokter voor zich uit, ja.. wat ? wat ?.. Heb je nog zoo 'n drukking hier ?.... hé ?..
— Joa.... joa.... beefde 'r stem.
— Hier, an je slape ook ? en hier, op je achterhoofd, en daar bij je neuswortel, en....
— Joa.. joa.... wa ?.. wa ?.. — Niets wist ze meer wat dokter gevraagd had. —
Dokter keek juist öp naar Guurt, toen ouë Gerrit 'm aanzag, die juist snapte, dat ie z'n meid lievige knikjes gaf. —
•— Niks an te doen, brommerig gromde Troost's stem.... is in 'n half jaar schrikkelijk verergerd.... kollega Zwanke heeft gelijk !.... beroerd.... beroerd....
Stiller bromde ie in zichzelven, dat niemand 'm meer hoorde, noch storen durfde met vragen in z'n diagnostisch gepeins.... Beroerd., dementie.... nou mooi! afgedaan!., jonge.... jonge wat 'n meid die Guurt! dat was er nou eens een, daar had je wat an.... jonge.... die most nou eens zijn huishoudster worde !.. kijk.... die schape je angape.... Nou.... dat wijf gaat kapot! oud-nieuws !
■— Ja, ja ! hm ! hm ! klonk uit z'n zacht gebrom scherper öp. Ja Hassel, is in 'n korten tijd zeer, zeer verergerd.... 'n droevig geval, zeer, zéér droevig. Houd je maar taai, want dat is noodig ! En jij Guurt, jij mot maar de huishouding heele-