Menschenwee, Eerste boek, Winter

Titel
Menschenwee, Eerste boek, Winter

Jaar
1903

Druk
1903

Overig
1ed 1903

Pagina's
350



292

zoetsten geur, licht-bedroesemend in zwijmel. In pracht van stilte en licht, stond 't wilde hakhout rondom te dauw-druppen, en bladergroen te zwemmen in zonnegoud. Wondere lentelicht dauwde en vloeide er, één sneeuwing van maagdeblank uit de vruchtboompjes, in hun mystieke gratie van heerlijken takgroei, geheimvol neigende standen, als spraken ze 'n taal van zachte tinten, gebukt onder het zware, vrucht-sappige leven. De boomen en boompjes, van noot, morel, peer, appel en pruim daar, harpten in bruidswit, bloesemsneeuw, in blankste gamma, overwaaid met goudstof dat er van kapellenvleugels poeiert, blank-ijl, in het dansende dronken geurlicht. De bloesemen erop, breed-uit in takwiegeling, als stille glansruikers van heilige pracht, toch beschroomd in hun overvloed, teer in hun maagde-adem, als verblankte bruidszielen, omstraald door de Meitoortsen van goudglans.

Verwrongen de takken, de kleine verkromde stammetjes gebukt, ernstig van vol leven dat ze droegen, stonden andere pereboompjes weer als geheiligde kommuniekinders, in gewijde schittering, stil nu en hoogblank, in het zachte groene land, roerloos. Tusschen die in weer, op 't doordauwde grasgefonkel rijden öp, zacht-rose sneeuwige appelboompjes, als hoogge-groeide boeketten, in zacht-wadend goud; stammetjes, bescheiden teruggekrompen, als in angst voor de zoete purpering van bloesemweelde. Weer andere, kleiner en ranker, gebogen in bidhouding, heilige bekoring van groei, stil gebaar van schoonheid, toch overzegend met lichtende bloeseming, onder de hoogeren, in luisterend leven. En overal van de paden, op lichte koele wuifjes, zoelde aan, geur van linden, kastanje en sering.

In wondre verjonging praalde het stugge grauwe winter-stedeke weer, van goudschemer en groen. Langs de weggetjes, woest gestruik bij slooten, zeefde Meilicht, stonden hoogslanke, wilde waterboeketten, fijnrose koekoek. Teere zilvering blankte langs de greppeling, woest doorgroeide oeverbeekjes, hoog belommerd, met zilverend pluimgras, riet, goud-gloeijende brem en doovenetel. Felle boterbloempjes glansden als gepolijst; en overal

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.