237
met 't duistere lied van de nachtzee. En soms weer, uit helsch• donkerdiep nachtzwart, kaprioolden vreemde gonggalmen, geluiden en zangen van nooit gehoorde instrumenten, mysterieus en angstig-ver.... Geschrei dat zong, zong, versidderend van weenende harpen uit duisteren nacht, zachte mijmeringsklanken van aëolienen en gitaren..... rondo's en stakato's,
ijl-verzwevend boven 't woest donderend stormorkest. En lager, lager, in grondtoon, demonisch breed, 't dieper gezang van adagio's, doorstormde klankenplechtigheid, stukgeslagen akkoorden uit nachtkathedraal aangewaaid, smachtend en zwellend door 't duister; zwellend van mijmerende melodie naar woeste klankschalmei. — Scherzo's afgestooten en ver-slierd in jubel, in snerpende triolen, gracieus van spot, als schaterende karbouterstemmetjes. — En zacht, ijl, — in stilstand even van vlagen, bij pauzen van donkere razing, dreighevig als zwarte stormgolven, aangedonderd uit zeeduister — weer mijmerend nageklaag van motieven, weenende harpenzang uit duister, en weemoed van ronddolende ziels-mandolines.
Onbewust voelden de stroopers iets van de stemmen-mysterie rondom. In het duister orkaangeraas liepen ze dichter bijéén, tegen de stil-donkere duinruggen, die dreigden daar, in hel nachtzwart, hoog en geweldig in hun aaneenrijging. Breugel stapte naast Kees, die z'n achterlader weer be-hageld had. Barre wrevel wrokte weer op tegen Plomp.
— Aa's sullie tog van achtere komme.... gaif je hullie tog 'n poar strieme .... daa'se veur meroakel legge.... da' tuig.... op da' terain.... barstte Klaas uit.
— Joa, moar____ haperde stem-angstig Plomp, die niet
wist, hoe zich te verdedigen nou er geen koddebaiers op 'm gesprongen waren, zich doodschaamde voor de kerels.... ze hadde main tog fideel beet van ondere....
— Wa' beet.... beet, bosluis.... se moste je most ere.... waa's netuurlik 'n struikbeweging woa' je mi' je pootjes in vasthoakt bin.... stoan doar ommers de paas te merkeere.... sloerie.... Is je spuit in orde Kees? hée Breugel!.... gaif main effe de brom.... ik hep stikkedorst.... 'n urretje ken