232
waar éven rosse tongen uitlekken, in zwartbronzen brandschijn naast Breugel, die in snelle kring-zwenkingen den lichtbak, voor z'n buik op- en neer bewoog en schommel-cirkelde over de wei, in al breeër lichtbaan. — Dat had Kees noodig; overal moest ie zien. Ingebukt, 't hoofd scheef 'n beetje, stond ie met z'n hand aan den trekker, soms wild, grillig verlicht even, dan plots in 't duister, dan even beglansd weer op dij en rug. Vlak achter hen, in d'r diep-zwarte schaduwen stappend, donkerde Koome. 'n End in duistering achteraf, bleven Piet en Delker de wachters, meezwenkend met lichtbaan, in staar rondloerend de duisternis in, achter de kerels. Plomp, schuchter, stond angstig met z'n zwiepende teenen in de hand, be-weegloos. Snel ging Kees' stap, en statiger in rossig roodgoud gekring, slingerwijd kaatste feilen brand, door fonkelende reflektors uitgeschoten, over den schichtigen sneeuwgrond. —
En in duizel-drom, helsch-geheinizinnig, sloop stroopersstoet in felle schaduw, breed goud omrand, als ingebeiteld met lichtende kontoer, beweeglijk op den vlam-sneeuwigen weigrond, spraakloos in spanning, tegen de windbuldering in, die weer orkanen kwam.
Plomp sidderde. Z'n beenen strakten soms als werden ze vastgemoerd aan de aarde. En voort toch, in wassenden angst, stapte ie mee, met de groep voor 'm, in helschen schroei, tegen de lichtduizeling over wei. Soms bij plotsen zwenk van lichtbak, rossigde uit stikdonker óp, achter Breugel en Kees, buldogkop van Klaas, den ,,hazewind", met z'n handen vooruit, dan weer ineen, bij nieuwen lichtschommel als weggeslingerd in duister duinbrok.
Bij nieuwen zwenk stond hoog, in één weer, achterhoofd en arm van Kees in 't goudrood bevlamd. Hun schaduwen schommelden wijd rond, telegraafpalig, mager-verrekt, als dronken silhouetten, kruipend, inbuigend de wei langs, in kopstoot tegen glooiingen óp, soms in één gebroken, al langer, bang-langer van lijf. — Dan in ééns hield Kees in z'n stap, was er donker geschuifel, slopen de schaduwen, korter fel-zwart op rossigen sneeuwgrond, als turend en peinzend spel van schimmen, soms