Menschenwee, Eerste boek, Winter

Titel
Menschenwee, Eerste boek, Winter

Jaar
1903

Druk
1903

Overig
1ed 1903

Pagina's
350



l8g

alles was dicht, potdicht. Nou wou ie zich inéén op z'n rommel smakken, d'rop, d'r op, woest d'r op! Maar eerst hooger het lampje.... en dan langzaam an.... lang-zaam an.... rekke.... rekke, ging 'et weer in 'm.... Een twee, een twee, in maatgang. In wilde roggeling van woest-gierend verlangen brandde z'n strot, joeg wild tegen z'n kalmte óp. Zien-begeeren krijschte door z'n een twee, een twee-maatgang in, dat benauwing zwol om z'n kop en om z'n maag.

Daar was ie nou bij al z'n rijkdom, en niemand die 't wist,., hij.... hij.... alleen.... van hem.... van hem....

Hooger draaide ie 't lampje óp. Ingekneld stond ie tusschen duister-stillen kelder-rommel, groote vaten, die scherpe pekel-lucht uitzuurden. Boven z'n hoofd in 'n hoek, reuzeworsten als kabellussen, door elkaar gehaakt; daartusschen hij, ingebukt, schuifelend stap-vaag, door 't opgeschikt kelderduister. Het lampje had ie op den bodem van omgekeerden karner bevend neergezet en versuft van hevige aandoening, met zwaar verlammingsgevoel in z'n voeten was ie op 'n brok handkar, die schuin tegen vaten opstond, gaan zitten, het wiel scheef onder z'n beenen gekneld. Het lampje kooide, maar de ouë maniak, waanzinnig bevangen door z'n duizelenden hartstocht, zag niet. Hij keek maar in de vlam, met gekke, diepe oogen, hevig in brand staand van hartstocht, wijd-open en strak, en z'n zilveren haarlokken kluwden over z'n nek op z'n rooie borstrok-hemd, dat beulig-verlicht bloedde in het fel-kleine schijnsel. Zoo bleef ie staren, z'n kindergezicht pal in 't licht, z'n zilveren baard verglanzend boven het helle, angstige rood van z'n verbeuld lijf. En tégen z'n ingekrompen gestalte, de kille kelderduistering, zwaar dreigend om 'm, met d'r verschrikten nachtrommel, goud-schichtig verlicht, in gril van lampjes-schijn. Roerloos zoo, bleef ie zacht hijgen, z'n adem als. gouden damp uit z'n mond verstoomend. Langzaam kwam zwijmel bij, viel de kou om 'm, al voelde ie 'r nog niks van. Nou alleen onderging ie bewuster, in roerloos genot, dat daar, iets verder, in dien vuilen spinraghoek, waar nooit 'n sterveling kwam, dat daar, achter dat beskot z'n spullen lagen. En altijd .

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.