IÓ3
in rijtjes, tintten hun kleurig-doffe kransen door het zilveren damptoongrijs. Uit één hoek van lage struiken, in perspek-tief van breeën jachtlaan, wasemde teer-tonig, ijl-zilveren mist-schemer, als zichzelf verlichtend, zacht en droomerig achter stam-donkering ver-violettend. En de mosgronden, zwaar nog van sneeuw, stronkten vuil bezaaid met takkenstammen, ontheiligd en klomp-zwaar besmet met groven zwartigen voet-druk, doorgroefd van dikke modderwielen.
Ouë Gerrit was komen kijken en stond weer, handen in zakken, vreemd-zwijgend, naar Dirk te loeren. Tusschen wild gehak en rondsplinterend houtgevlieg, was leuk-kalm een roodborstje gesprongen en achter dit dierke nog één. Onschuw en rustig-vrij, met hun oranjig dons borstje, pootjes-fijn, huppelden ze tusschen den vuilen houtrommel in, tjilpten ze elkaar wat toe, bleef één koel-wijs rondgluren op een stomp-punt van stronk, de andere, lichtelijk als veertje neergezweefd, op tak-knoest van klaarliggende rijs, zacht pieperen. En schuwloos oogden ze rond, niet bang voor Dirk, die zwaren jongen boom weer had geheven de lucht in, met geweldige houwen rondom splinterde, dood getak. Als kleursobere kolibrietjes, duim-klein, tjilpten en huppelden ze dóór aan de voeten van den hakkenden werkreus, rustig ademend achter hun donsrood borstje, kleintjes-lief, zwellend in d'r klein leventje, mollig van hun hollandsch-grauw veervrachtje omkoesterd.
Dirk werkte weer met stijgende heftigheid, al voelde ie z'n handen en polsen zwaar pijnvol en gebroken z'n armen van het hoog-heffen en de-lucht-inhakken. Maar z'n werkklauwen, zwart-groen bemost en bemodderd van het hout, bleven grijpen in de stapels, stilzeker eiken stam, éen na éen, met z'n knoest-armen uit takkenwar rukkend, dat het knapte, afschudde, sneeuw en zandmodder. Dan snel, suizelde en flitste weer in het mistige noenlicht, z'n blinkend hakmes dof in takkenspartel.
Overal om de beenen van zwoegers, om de klauwen van beesten en karwielen kwam opwasemen, sterker uit den grond, grijzig mistwaas, en als schemerige hallen stonden de diepe