Menschenwee, Eerste boek, Winter

Titel
Menschenwee, Eerste boek, Winter

Jaar
1903

Druk
1903

Overig
1ed 1903

Pagina's
350



ii9

naar laag. In 't verkort zat ie, bovenlijf ingekrompen, z'n beenen uitgestrekt, starend wezenloos naar crucifix op schoorsteenrandje, in koe-achtig kinbeweeg kauwend, als ie telkens z'n pruim van mondhoek tot mondhoek lei. 'n Vaal vuil-groen, kleploos petje, schurftte scheef op z'n voorhoofd in rafels, en zwaar 'n rooiige stropdas bobbelde om z'n hals, boven vet pilow-vest. 'n Lompige jekker, met twee vuil-koperen knoopen, uniformachtig dichtgehaakt van boven, slobberde om z'n kort lijf. Telkens roggelde 'n zware hoest, scheur-slijmerig uit z'n borst öp, kromp onder- en bovenlijf overend, vouwde 't lichaam, zoo dat éven z'n grauw gezicht uit den duisterenden schouwhoek, in 't schemerlicht viel ; gele tronie waarop benauwing teisterde van hoest, die 'm schokte door 't heele korpus. Dan lag Wimpie stil te loeren uit den anderen hoek, hield öp z'n neurieliedje, tot grootva weer uitgekermd had ; zocht ie bangelijk naar profiel van gerimpelde oud-mannetjestronie in 't diep-lage kamer-donker, perkamentig goor-geel en verwrongen, — naar 't lijf, dat nog nakreunde, tot 't weer in 't verkort zat, ingedrongen, met vuile voeten tegen warmen beugel van schouw, stom-starend op donkerend crucifix.

'n Grauw-morsig geitje stond, met 'n touw aan 'n tafelpootje gebonden, blerrig-week te blaten. Kinders met aschblondige en vuur-lokkige krulkopjes, in vod-kleeren, kropen blootvoets rond 't beestje over steenen vloer. Kindje van zes maanden, zat nog te huilen, scheef-gezakt, al grien-heviger, met traan-snotterig gezicht, angstig voor 't gestoei en gekruip van zusjes rondom, die vochten met 't geitje. De schamele, laag-balkende, donkere kamer, sloeg z'n stank rondom en telkens bevuilden 'n paar kleinen den gebroken vloer, in dommelige dierlijkheid, er zelf in wroetend en plassend met hun half-naakte lijfjes en handjes.

Tusschen 'n paar krukjes en matlooze stoelen, waarop wat ruwe planken gespijkerd, schoot plots 'n bemodderd mager kipje uit erf-achterend, onder waschtobbe rond-drentelend, 't vertrek in, komiekte er weer fier-pedant uit. Soms stapten statig alle drie kippen van 't erf, de breeë kamer in, pikkend in vuilen rommel van kinders en geit, als 't klein achterdeurtje

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.