Menschenwee, Eerste boek, Winter

Titel
Menschenwee, Eerste boek, Winter

Jaar
1903

Druk
1903

Overig
1ed 1903

Pagina's
350



n8

— Da lieg-gie Omoe.... da lieg-gie.... da doen foader nie..

lieg-gie____ da lieg-gie !

Snikkend, van ophou-inspanning verbleekt, schokte ie dan weer terug in bed, met 'n bons op z'n vunzig vuil peluw, bleef ie, uren er na, staar-oogen op den muur in 't donker, vlak voor z'n gezichtje. Dan, na 'n middag zwijgen begon ie gebedjes te prevelen, prentjes te bekijken, één voor één de kleurtjes te tellen — die opzichtelijk gloeiden in z'n duister bedhoekje — met z'n bevende afgevreten vingertjes, kwam er weer zachte neuriing in z'n keeltje, zong ie al luider, alles dooréén, met z'n mooi week kinderstemmetje, straatdeuntjes en geestelijke liedjes en heel aan 't end, als ie zich moe voelde worden, greep ie z'n rozenkrans, zong ie iets heel innigs en vrooms, wat litanies, aan de heilige Maagd, de heilige Jozef, wees-gegroets en onzevaders, 't oogenblik waarop 'm inviel altijd, dat ie gauw bij onze-lieve Heer zou zijn.

Kees had op 't erf rondgedrenteld, lang, heel lang, eer ie binnen durfde gaan. Eindelijk had ie zich in z'n reuzige schonkigheid zwaar over 't bedje gebogen, 'n zoen op Wims' kopje gedrukt, was toen stil in ontroering, zonder zelf goed te weten wat 'm scheelde, aan 't raam gaan zitten. Wat mager vond ie 'm, 'n spierinkie.... maar toch, wat lachte ie.... Er was nog hoop. —

Leeg-lam en neerslachtig, bleef Kees zitten, lang, voor den naakten raamhoek, zonder hongergevoel meer, al maar neerziend in triestigheid, op sparren en barre wilgen en verren somberen modderweg, die aanliep naar Zeekijk.

De steen-rooie vloer damde in gebarsten ruit vlakken, kil onder z'n voeten, bemorst met kindervuil, nat geplas, glibberige plekken en zoeter zoog valeriaanstank door vertrek.

'n Rimpel-dor mannetje, de ouë Rams, vader van vrouw Hassel, zat vlak aan de lage, roetig-beslagen schouw, als geschoven tusschen de door-rookt betegelde muurtjes, in donkering, met bloote zwarte voeten op beugel, waaraan stomp bengelende, roetige ouê konkelpot. Uit de tuit sisten fluiterige zang-geluidjes van stoomwater, woelige gammaatjes van hoog

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.