100
Telkens scheurde zich 'n groepje af van den stoet, dat lollend en zingend, onder vermaning van agenten, de haven langsslin-gerde, onder boomen door; soms afbrokkelde, dan weer armin-arm haakte, als donkere schutters in rijen, opmarcheerend naar hoek van achterhaven, tegen schuwen pakhuizenschemer in, den polderweg op. En achter hen aan, kreupelden al meer schamele hinkstoetjes, scharminkels in duister bewustzijn, verkoortst van karnavalshitte, onmenschelijk en ramp-zwaar geslagen, havenweg afslingerend ; landloopersellende, verspokend in langzamen schaduwtocht tegen oneindig donker-schimmige gat van besneeuwde-wei-poldernacht.
Piet alleen, bleef doorrazen, met nog 'n stoetje waggel-kerels, om lantaarn-paal heen. Rink drensde mee, Piet zeurde tong-zwaar met hoog-piependen stem-overslag.
— Sien je.,., sien je.... jai!.... jai!.... jai-bint 'n farrike.... sel 'k moar segge.... moar ik seg.... ik seg.... fïerkant wa je bin....
— Nou.... en ikke, treurstemde terug Rink, ik seg.... ikke.... ik seg.... da j&i 'n boef.... 'n boef.... 'n Sjem-perlan bin.... 'n skar.... sien je !.... moar.... i i i i ikke.. ikke.... ikke.... ikke seg-'t.... i-i-i-inje smoel... .sien je.. sien je.... e'e eerlik !....
— Jeaijsis.... jeaijsis !.... daa's net...., lolde Piet vroo-
lijk____Ikke.... i i i kke.... i i i n.... 'n ploert.... sien je..
é é énne.... enn jai.... jai.... 'n boef...., nie.... ?..
nie ?____daa's eerlik.... geef main nou.... nou 'n poot kame-
roat!----daa's net.... jai 'n.... boef !____ééé.... ééé..
enne----ikke.... ikke.... 'n Sjamperlan !....
En roerend innig, verrast en verzoend, tegen elkaar opwag-gelend, met kwijl van lach-pret om hun monden, tast-zochten ze naar lantaarnpaal voor houvast, in been-waggelend geduizel; grijnsden hun rossige tronies, lachend onder het licht, probeerden ze eikaars handen te grijpen. Piet met z'n mouw, poogde zwaar gevlok van z'n sneeuwgezicht en brauwen weg te strijken. Laatste troepje, waggel-breed, slingerde den polderkant op, den spoorweg over. Rink alleen achteraan, waggelde