82
Ant, vlak naast haar gedrongen, in verrukte vreugde en innigheid, streelde Greet telkens de fijne blanke handjes en huilde verborgen van overzoet geluk. Eindelijk perste zij er uit, verkneuterd:
— Gut... meid... wa bin jij feranderd!
Greet trok licht haar schouders op.
— Veranderd?... Hoe meent ge, moeke?
— Soo... soo... soo sjiek hé?
— Och kóm...
Maar Ant hield vol en lachte door haar tranen heen.
— Soo hissebedissig hé... soo medammerig... Soo of je alles alléénig ken.
Greet geurde naar zoete odeur, heel éventjes maar; fijn, gereserveerd. Toch snuffelde Alie met een snibbig-brutaal neusje er de romantiek van op. Guns... een echte artiestenzus ,.. soo ajje da soo lefedigin de fullietons leest... As nou de waschtobbe een daggie kon wachte, hé, — alles gong hier soo koortsig-gejaagd... op Maandag wassche deze week: een schandaal! — zou zij Greet effetjes van Jetje hebben gegeven. Wat frunnikte dat mokkel gekloft in de kleeren! Mensch, mensch, dat zij zoo een piekfijne zuster had, nee... zij kon het maar niet op! Wat een grof broedsel, wat een sjofel slaafsel was zij naast Greet, met al haar blonde krullen en tierlantijntjes. Het sloeg compleet haar bol door de war. Die zou ook niet met Katootje mee naar de Rozengracht gaan kuieren!
Alie's gemoed schoot vol van al deze wereldsche wuftheid, en Greet mompelde:
— Wat staan jij verbabbereerd een pooze, lieve meid?
Ook bleeke Wimpie bestaarde Greet als een schepsel van
hoogeren oorsprong. En zelfs Teuntje bekrabbelde verlegen zijn melkboerenhondenharen-kopje. Uit verbluffing vergat hij te vechten, te vloeken en te schelden. Alleen knorrige Thijs Burk deed roerig en zoende zijn mooie dochter alsof zij alweer wegging.
Greet rilde onder die overvaderlijke liefdedrift. Hij zoog