:424
Zacht schoof Dennie oom Salomon opzij, om Rebecca het geschil te verklaren tusschen A. V. R. O. en V. A. R. A. en K. R. O. en V. P. R. O., want zij bemoeide zich nooit met politiek. Haar duizelden al die letternamen!
Magere oom Sak bleef zich het grijze hoofd jeuken. Wat een gehannes! Zorgen jeukten altijd, als de avonddauw viel! Blij was hij, dat anderen óók heibelden...
— Ze bakkelaaje geregeld... Mit steene gooide ze na de minister... Abimelech op de wal!... Bolsje-wieke, wat ik je zeg... as ze géén gelijk krijge!...
Josua bleef koud voor al het tegen elkaar in-schimpen. Het leek te veel de rumoerige werf Hereira zélf, met al haar tegenstrevers. De Eeuwige zij geprezen! Toch voelde hij wel een oogenblik de ontgoochelingen van de A. V. R. O.-luistervinken mee, en Sak, vond Josua, stond steil te kletsen. Ngo-lamega tiréé begajega!...
Sa] lomon, op zijn praatstoel, stemmegalmde gewichtig voort. Droesem van achtergebleven gedachten, drong hem tot praten. Zijn grijze bakkebaardjes knelde hij al spitser tusschen de gele vingers. Zijn groote, slimme oogen zogen weer ae aandacht vast. Hij wou al het beweerde, onverschillig wat en door wie, onmiddellijk tegenspreken. Dispuut zat nou eenmaal in zijn stekelig bloed. Hij lag zeilree...
Heel deftig zette hij in:
— Versta wél... ik bin niet op de hand van deze
noch op de hand van gene, maar...... nonéé...... jij
Jozewa zal niét op de hand weze van de boer-zjwasie!... Dank zij jóuw hulp... binne we verlore!...
— Sjemabenie... wa... wa... wa veur ״zjwasie"?... herhaalde Josua onnoozel... De rechte soort... Ik weet niks van polletiek... daar bin jij alléén groot in en bespraakt... Maar ikke vraag me af...
Oom Salomon hoestte, onkreukbaar-eerlijk, maar hevig en pruttelde er tusschenin iets van,... hou jij je maar an je ritus... en an je tallemoelesa...
Josua zweeg; toch vergenoegd.
— Jouw paniem is vandaag één en al buitekansie,... had Sak al gezegd.
Ngolamega enz: het geluk van het Hiernamaals wilt ge reeds genieten bij het leven. — Tallemoelesa: een klankwoord.