:425
Uit een brand op de Jodenbreestraat had Josua voor een kratsnabbel, een beetje beschadigd goed gekocht. Bram en Moos kon hij wat waar overdoen, en toen aan een der Nieuwmarkt-gasten met een klein bij-winstje, de rest; al durfden ze nócj je hart uit je nieren bieden. Weer geklonken voor Sjaboeng-oth!... Kon hij weer zijn eigen Pinksterdagen bekostigen en Rebecca wat extra geven. Want ae jongens brachten de laatste maanden schriel kostgeld binnen. Zij moest het uit de lengte en de breedte halen, de engel! Hij wist wel,... God stuurde de kou naar de kleeren...
Stemmengeraas overklonk straatherrie.
Truddie, als een echt ,,rotje", — schimpnaam van Sem Bullebak, voor heel haar knagend wezentje, — kroop klein tusschen de harrewarrige debatteerders, terwijl Reintje, met valsch-rozekleurige wangetjes, hijgend instormde. Toen ze Jaap zag, lachte ze plotseling heel lief, coquet en deed ze streels en zoel. Maar Jaap had den vorigen avond pas verborgen gevrijd met den zwarten lieven kroeskop Saartje Snoek uit het stokvisch-bakkerijtje in de Joden Houttuinen en voelde onverduwbaren weerzin tegen Reintje's Rembrandtpleinsche opgedirktheid.
Dennie ontglipte met Rebecca in het keukentje. Haar lieve ronde kopje ving nog éven laten zonnegloed van het smalle zijvenster. Rebecca's kastanjebruine haren schenen roereloos te branden. Rood droomlicht vonkte erin. Dennie voelde zich gelukkig, maar klam van opwinding. Wat was Rebecca toen overduvelend mooi. God, god... zoo iets zachts en fijns... iets heel anders dan alle andere meisjes... Hij durfde haar nauwelijks de oogen inkijken. Zoo heerlijk als dié waren, die oogen, die dadelijk deden zwichten...׳ Je kéék erin, alsof je zelf verging. Dat meisje, zuchtte hij in zichzelf, was door een ik-en-weet-niet-wat, ver en ver boven hem verheven...
Dennie vertelde, met neergeslagen blik, telkens tóch loerend of Rebecca keek, iets van zijn goed moedertje dat zooveel kommer doormaakte. Hij was dol op net geel-gerimpelde oudje van hem. Hij ver-
Sjaboetngoth: Sephardische naam voor Wekenfeest.