:422
Igmaniz' geleerdheid geen aasje. Maar telkens loerde hij even schichtig opzij, om te zien hoe zij naar Igmaniz keek, en de Galiciër weer naar Rebecca. Om te lachen!...
Maandagsche Mei-avond kwam Dennie oploopen met Jaap. Hen ramenasventer zong in den deemster zijn waar uit; droef en vermoeid. De knapen hadden pas hun karren weggebracht naar een bewaarplaats in de Uilenburgerstraat. Jaap, die fel gekrakeeld had met zijn tweelingbroer Moos, waar Dennie verzoenend was tusschengetreden, scheen dol-opgewonden over het voetbal-verlies van de Hollanders in België. Twee doelpunten verschil! Een schandaal... Hij kon de Belgen wel verwurgen...
— Die saugers binne mit boter besmeerd... reuze-kollesaal gewoon!... Zoo glad as ale!...
Oom Sak spotte:
— Kalmte en 'n Catsie ken je alleen redde... na je gevoeg!...
Jaap snauwde voort:
— Wat had die Van den Broek toch, die zwel?... Ze muil zat vol kerve... En van der Meule?... Zoo mooi begonne!... Slapgezakte kerels!... O, die Bastin... die fanatieke Belg... die gibbisser...
Neen, Jaap, jaloersch en opgehitst, gunde de Belgen geen overwinning.
Oom Salomon debatteerde met Dennie over A. V. R. O. en V. A. R. A.
— Versta wél... ikke bin geen mensch van de
gnaulom hazeh...... inteugedeel...... Ik mot mezelf
aisepline kenne neme, mezelf kenne slaan... al bin ikke maar 'n doodgewone proletariër!...
Salomon galmde; vlocht de bakkebaardjes saam tot een spitse. Hij voelde zich vuriglijk bereid te twisten, hier en daar en overal.
— Noh... noh!... Ook niks meer as 'n rustende,... vergoeilijkte Josua schertsend.
— Nee-nee... versta wél, Dennie... heelegaar geen rustende, maar 'n werkelooze... hoor je mijn?... Heb jij geen hinder van!...
Zwel: kwast, fat. — Gibbisser: bijter. — Gnaulom hazeh: een wezen dat alleen van wereldsche genietingen leeft, — Discipline nemen: zelf-kastijden.