:420
had ze nog nooit een man naar haar zien kijken. Het ietwat gelige gelaat staarde melancholisch, verstild, in zacht-droeve trekken. Igmaniz had haar bekeken, alsof hij Rebecca alleen al met den blik kon bezeeren: zoo schuw-angstig! Neen, dat ontzinde bewonderen, of wat-het-dan-óók-was, begeerde, wilde Rebecca niet van een man; vond ze wee. Dan hoorde ze nóg liever naar het oude-vrouwtjes-gesmoes van juffrouw Groen, — een echt leepeneutje, — juffrouw Barze-laai en moedertje Toornberg aan den overkant van de Dwarsstraat, die vlak boven elkaar woonden; die haar altijd ״opriepen", om haar te vertellen dat ze waren begunstigd met extra weldadigheid door een rijk, maar klokvrij Kerkeraadslid, die het zoo mooi had gevonden van „haarlie juis", dat ze zoo vroom waren gebleven en zoo streng-in-de-wet, al leden ze gebrek...
Rebecca vond rebbe Herschel, in zijn bescheiden geaardheid, een engel. De mond was een-en-al zachtheid, beheerschtheid, rust. Zijn zwarte baard hield de bleekheid in het ronde gezicht vast. De dikge-glaasde bril flonkerde op den fijn-gebogen neus, vlak voor de donkere deernis-oogen die zoo hulpeloos lief en vroom keken. Het waren geen oogen. Rebecca zag alleen ziél uitschijnen. Ze hield heel veel van rebbe Herschel, al sprak ze hem zelden. Hij verontschuldigde de menschelijke zwakheden meer dan dat hij ze bestrafte. Zijn stem was altijd vol échte innigheid; niet zalvend en preekerig, maar heel lief en goedhartig van klank. Rebbe Herschel's woorden voelde ze altijd diep tot haar ingaan. Als hij, in de Neijesjoel, sprak van eerbied en gehoorzaamheid en reinheid-van-gedachten, wekte dat spreken in haar onmiddellijke, diepe ontroering en liefde. Er klonk zooveel vrede en zacht geluk dóór in zijn woord. Hij preekte veel meer over menschelijke goedheid, dan over Joodsche Geboden en Leer. Al wat rebbe Herschel verklaarde van godsdienstplichten, begreep ze en kreeg in zijn mond een heel nieuwe beteekenis. Neen, er was niets wee-zoetelijks, niets valsch-senti-menteels in rebbe Herschel. Liefde voor den naaste
Leepeneutje: bij-de-hand wijfje.