:412
trillend van ontroering. De donkerste, armelijkste Ghetto-gewwere-sjoeltjes genoten rebbe Herschel's gulste bescherming. Voor hen bedelde hij. Voor hen, voor den sjammes, voor den Gazzan en al wat er bij hoorde. Zij voélden nog het alomtegenwoordige van Israël's grooten God. Bij hen kon hij den spreukendichter doen hooren: Bewaak uw hart, bewaak mijn geboden, opdat ge leven mooat!......
Toch verzweeg rebbe Herschel tegenover Hereira, dat hij Igmaniz had meegenomen, om hem mooie Rebecca Hereira te laten ontmoeten in de Zand-dwarsstraat. Eigenlijk had rebbe Herschel geen vrede met dit verzwijgen, die heimelijkheid. Maar hij deed het, op een hulpsmeeken van Igmaniz.
De jonge Joodsche geleerde, in zwart-gekleede jas, keek zeer verwonderd uit zijn groote, stuiterkleurige oogen, raadselachtig-groen naar binnen lichtend, als van een kat. Rebecca schrok, toen ze erin staarde. Het leek een stille groene vlam.
Rebecca liep kaarsrecht, heel rank, haastig de keuken in en zette, naar vader's uitgefluisterd verlangen, een extra lekker kopje koffie.
Baldadige Sem, godlof, lag boven in zijn vlieringkot nog te snurken. Moos en Jaap konden misschien thuiskomen, met bakjes meloen-ijs. Verontrustte Josua een beetje. Vooral stormachtige drukte en gekibbel, in tegenwoordigheid van den Rebbe. Nu liep het mee en viel het tóch weer tegen ook! Je wist nooit, wat je aan die schimpend-twistende tweelingbroers had. Moord en brand schreeuwden ze, bij de luttelste gebeurtenisjes. Ze zouden ook den zacht-zinnigen rabbijn, in overmoed, durven krenken. En den beschroomden, zwijgenden Igmaniz in de maling nemen!
Rebbe Herschel's lensachtig-geslepen bril glinsterde als kristal onder het raamschijnsel. Soms kreeg hij plotseling een vreemde zenuwbeving in zijn linkerbeen. R/Iet ingetogen woord weerde rebbe Herschel alle overdreven eerbewijs uit Josua's mond. Hij behoorde toch niet tot de Kedosjiem!
De schrale, jonge geleerde, met geelachtig-bleek
Sjammes: koster. — Kedosjiem: heiligen.