:409
en hij had volkomen gelijk. Het was met de werkkrachten in Antwerpen en om Antwerpen, met de geringere bedrijfskosten en door de buiten-industrie, al maar uitbreiding, uitbreiding, en hier, in Amsterdam, al maar inkrimping op inkrimping...... Zóó
kelderde de heele boel. Je hoorde geen hartslag meer, niet nu en niet vóór de stopzetting. Henri weigerde te erkennen, dat zoo iets alleen een wrange reactie kon zijn op voorafgegane luxe en opdrijving van waanzinnige na-oorlogsche weelde in Amerika en Europa, of van niet voldoende ingrijpende loon-tarief-verlagingen. Al van na '26 tot 29 was er, ondanks schuimende opleving, een waarde-vermindering van voorraad en een schommelend terugloopen van prijzen... Nü mocht Henri zichzelf een oogenblik wel roemen. Was hij niet een der eersten geweest, die vlak voor en na den oorlog, alle pessimisme ontworteld, en alle bedreigingen van industrie-ondergang verworpen had? Hij liet zich geen oogenblik overrompelen door vrees voor de Angola- en Congo-diamant-productie. Hij wees de moeilijkheden terug naar het Syndicaat, dat ze ook oploste.
Henri het eerst, verzette zich tegen den aankoop der Russische diamanten tijdens de Sovjet-regeering. Alleen had hij even een hevig-bange dreiging gevoeld, bij den aanvoer der Lichtenburgvelden-diamant. Toen wankelde de wereldmarkt. Maar ook hiervan doorzag hij het voorbijgaande. Nu bracht de Zuid-Afrikaansche industrie weinig zware zorgen meer, ook omdat er met De Beers afdoende overeenkomsten waren getroffen. Zelfs productie-beperking en stopzetting van het bedrijf, veroorzaakten bij hem geen angst en onrust. Wat wel het geval was met de concurrentie van België, de buiten- en de platte-landsche industrie. Zeker, de crisis-toestand zou wel eens beëindigen, maar de moord-aanslag op de Am-sterdamsche industrie, kon die ooit worden voorkomen of tegengegaan?
Dat was Rozenneim's grootste kwelling en benar-ring.
Jonas sprak ook van de Amsterdamsche arbeiders,