:399
?
Vooral Jack Bridewill bulderde vloekend zijn bewondering uit.
Henri bleef protesteeren. Hij begreep eigenlijk niet, goed, waar Robert heen wilde. Zoo grif en lichtzinnig-gul had hij zijn koelhartigen en louter verstandelijken procuratiehouder nog nooit iets hooren erkennen; met zooveel schijn van ontroering. Een kunstgreep? Een valsche draai? Henri bleef wantrouwen.
De afgemeten stugheid van Robert leek even geheel verzonken. Ook in Van Nienhuizen's stem lag een zonderling behagen en klank-verleiding.
Robert negeerde Henri's protest...
— Ik mag toch wel zeggen, dat door üw inzichten, eigenaars en juweliers weer fabrieken en werkplaatsen
durfden openen?...... De verworging van het heele
vak......
Heftiger onderbrak Rozenheim:
— Onzin, volslagen onzin!... De omstandigheden, alléén de onvoorziene gebeurtenissen, waarop niemand rekende, wijzigden zich. Ik kon in mijn eentje niets, absoluut niets bereiken!...
— Gelijk heb je Henri,... viel korzelig en scherp Jonas Fontein er tusschen... Recht mot recht zijn. Al
die stortregens van woorden, al dat ophemele!......
Wanneer je al 'n tip van een vleugje bétere tijje uit Amerika krijgt, ken je makkelijk de prefeet spele in eige land, en ae pauze late ophouwe!... Wat heb je an al dat hoogdravende gepraat?... Noh!... Ja, we binne daar bewaarschool-juffrouw!...
Driftig, als een snikkende zuigpomp, brak Jonas af.
Henri keek verbaasd naar Fontein; luisterde even onthutst naar Jonas' nijdige ontstemming en voelde zich lichtelijk gekrenkt. Jonas en Siegfried waren indertijd de éérsten, die hij had bijgestaan in den oorlog, met raad en daad. Moest hij hen dat soms heimelijk influisteren? Siegfried wist beter. Bovendien, hoeveel rijke en koopkrachtige vluchtelingen uit Antwerpen en België, naar Scheveningen, waaronder meest Poolsche en Oostenrijksche juweliers en vele werkgevers, had hij juist naar Jonas Fontein en Siegfried toegestuurd, om ruw-voor-fabrikaat, ondanks de