:389
drooggelegde Amerika en voor hem was een duik in de wniskey het eenig-opfrisschende, als de zaken klemden en benarden. Bij al wat hij onstuimig en breed-uitademend zei, barstte hij los in vloeken; goedaardige, beeldende, wanhopige en koddige vloeken. Wanneer hij ontstemming onder puriteinsche landgenooten speurde, dan bond hij preutsch in en begon naarstiglijk allergrappigste verhalen te doen over idiote en toome-looze speelwoede van de San-Francisco'sche mijneigenaars, zestig jaar terug, die zijn gehoor deden krimpen van het lachen.
Als klein verkooper begonnen, had Bridewill zich opgewerkt tot firmant van een der machtigste New-Yorksche Huizen. Nooit breidelde hij het vurige en onopgesmukt-natuurlijke van zijn Zuidelijke-Staten-ras. Toch bleef hij, onder al zün humor en gekscheer-derij, een pegelklaar verstand, een scherp, koel be-oordeelaar van handel en menschen. Niets ontging hem. Hü kropte de systematische beschaving van New-York nu al veertien jaar op. Maar telkens brak zijn cholerisch temperament onverhoeds uit. Het éérst altijd, in brandende vloeken. Telkens wilde hij zich schaamtevol beteren. Van Henri alleen verdroeg hij aanmerkingen.
Die, onder geestige kenschets, dreigde eens:
— Jack, voor iedere vloek die je voortaan lost, reken ik een dollar voor de armen!
Jack, uit zijn wakkere, donkere oogen, keek even onthutst. Toen, joviaal, ineen bulderend, viel Jack uit:
— Top!......
Bijna was hij een dollar kwijt. Een oolijke vloek brandde hem op de tong. Zijn woord was zijn leven.
Eenige dagen later, wipte hij driftig Henri's kantoor in. Hij wilde weer vloeken, maar Henri keek hem veelbeteekenend aan. En snel smoorde Bridewill
zijn stem. Voor iederen vloek een dollar...... geen
kleinigheid!
Na een half uur, in gesprek met Henri en een juwelier, hoorde hij een sluwen, wreeden truc van Moro. Plots greep Jack Bridewill wild, met wanhoop in ziin zak. Het werd hem té bar. Hij ademde in een verstikkende