:384
Robert van Nienhuizen, bleek, blond, sluik, afgemeten, — zijn fijn-hoogmoedige manier van beleefdheid en het alles-doorgronden van zaken-geheimen, aanvoelbaar in ieder stijf gestreken woord, — onderhield zich in een vensterhoek, met Henri Rozenheim. Hun aangezichten gloeiden electrisch-blauwachtig in het gebrandschilderde ruitenlicht óp. Duifveeren-glans trilde op Robert's kin.
Fluisterend-heftig één oogenblik, gaf Henri machtsbevelen. Gedempt, strak, somber sprak Robert er tegenin; soms één scherpen zin: geluid als van scheurend linnen. In heel de slanke figuur: ontzag, eerbied. Mysterieuze zaken-plechtigheid. Ze bestaarden elkaar als vreemde lotsvoorspellers. Henri dacht plotseling aan den verstrooiden, deemoedigen blik van zijn zoon Uriël, terwijl hij dandy Leo bekeek. Toen keerde Rozenheim bewegelijk, onrustig weer tot den kring terug, met een onstilbare flonkering in de oogen. Een storm kon opsteken! Hij praatte bruusk, opgewonden tegen Moro, Jonas, Robert, over de afgrijselijke crisis, over de gemeene diamantsmokkelarij, de lakschheid van tegenmaatregelen; over Amerikaansche invoerrechten en tarief-verlagingen, waarnaast de dreiging van Zuid-Afrika en het overplanten eener geheele industrie, nog maar luttel beteekenis behielden. Zijn spreken scheen een nijpende hartedrang.
Mr. Leo betuurde critisch-hoogmoedig den brons-Japanschen processie-wagen, het antiek kunstwerk op den schoorsteen en floot heel, heel zacht. Gekheid, bedrog, namaak, dacht hij. ,,Flair" van kunstzinnigen Papa!
Jonas en Robert keken verbaasd op. Van Emmanuel Moro wist iedereen, dat hij een grilzieke smuiger, een valsch-nerveuze leugenaar, phantast en huichelaar was. Om één uur stemde hij met iets in; om twee uur weer, wankelde de vent. Een uur later loochende hij alles en handelde dwars tegen gegeven woord en besluiten in. Van Nienhuizen vergoeilijkte altijd: stond in verband met Moro's diabetes, zijn jichtaanvallen en hart-neurose... Maar Rozenheim, zuil van vastheid en eerlijkheid, ook als financier, die zich door geen Beurs-