:383
een joch dat den scepticus speelt. Vader noemt mij een
Freudiaanschen ringsteker...... verliefd op droompro-
blemen en complexen!... Ik wou dat het waar was!...
Zacht neuriede Leo een Fransch cabaret-liedje.
Henri was al tienmaal, onder het gesprek, opgescheld. Verdikke, als ze er kans toe zagen zouden ze hier, op privé-kantoor, onder het phantastische licht van de gebrandschilderde glazen, hem óók met diamant achterna loopen!... Die dwazen. Hij wou zich telkens tusschen Leo en Fontein mengen, maar moest dan weer naar het toestel. De snijdend-hoogmoedige spottoon van Leo klonk onuitstaanbaar! Al was ae jongen nóa zoo begaafd, nog zoo'n scherpe vernufts-kop, dat duldde niemand!
Zoo iets leerde hij zeker van zijn aristocratische snobs-mede-nachtbrakers enwulpscheverkwisters in de z.g. High Life-kringen. Henri wou er tusschen gooien, hoe brandend hij geërgerd werd door Leo's gevoel-looze aanstellerij, door het snerpende hoonen van zijn onromantischen zoon, die met dandy-airtjes, eigen amorphe moraal en boosaardig scepticisme hekelde. Dat bralde maar, in tegenwoordigheid van alle leeftijden, wat af over puberteit en infantiele sexualiteit. Hetwas om te springen van woede! Esther, zijn moeder, ergerde hij er hevig mee. Ook nu wilde Henri het hem in het gezicht smakken, maar telkens riep Van Nien-huizen Rozenheim en klonken zijn stappen op de open randen van den parketvloer, hard en nijdig...
— Mister Williams uit Philadelphia?...... Twee
uur!......
Eindelijk viel hij aan de telefoon zenuwachtig uit:
— Kom dan maar hier, Robert!... En schel mevrouw Rozenheim even op, dat er vanavond menschen
komen...... vijf meer!...... En zet voor hiér, privé, de
telefoon af. Ik ben er voor niemand meer!...
Moro kneep geniepig een lachje weg. Bij den neus had Robert het stelletje gammers!
VII.
Door Van Nienhuizen's binnenkomst, even later, veranderde de koers van het gesprek gansch en al
Gammers: botteriken.