:376
De telefoon rinkelde.
Heftig, met trillende stem stootte Henri uit:
— Leo... ik verbied je op mijn privé-kantoor zoo oneerbiedig tegen meneer Fontein te spreken. Meneer Fontein is een der achtenswaardigste en ook een der knapste mannen in ons vak... en mijn béste vriend!... Ik heb niets dan vriendschap en bewondering voor hem!...
Jonas ontroerde en verbleekte. Zijn breede mond, in zenuwkramp trok heelemaal scheef van opwinding. Hij stotterde half:
— Noh... noh... wat?... Wat weet jij, snotaap... wat... wat weet jij van die... van die Marcel Zwart-
garen af?...... 'n Echt type van Paviljoen Drie!......
Vraag maar an de Theetuintjes van vroeger!...
Emmanuel Moro speelde vredes-rechtertje; bewoog snel de scheHichte oogen en schoot er haastig tus-schen-in:
— Sst!... Niet roddelen meneer Fontein... Foei, 'n oud man!... Le goüt francais, weet u!...
Fontein snauwde terug:
— Bedankt... ik zal d'r van profitéédere!...
Leo voelde zich noch door Fontein's ,,snotaap" noch door vader's theatrale terechtwijzing maar in het minst gekwetst. Hij, gemoderniseerde, in psycho-analyse getraind, verachtte eigenlijk hartgrondig al die banale opwinding en emotionaliteit en dat humanistisch-grof gedoe van een philistijn. Hij althans zou zich be-heerschen. Het sterkst voelde Mr. Leo zich achter zelfbespotting en ijzige kalmte geborgen. Uriël, boos,
noemde hem altijd den kruier van Nietzsche...... Niet
kwaad voor een taaien Jood. Leo wist zelf wel, dat zijn prikkelend-satirische kwelnatuur hem overal Freud deed bij roepen ter ontstelling van allerlei huichelmenschen; dat hij blagueerde; maar ook kende hij zijn zuivere geestelijke ontledingsmacht, die al zijn vrienden om hem heen begeerden te verkleinen en te berispen of als verkapt sentimenteel pathos voor te stellen. Het liet hem siberisch. Ironisch-koud klonk zijn hoog-scherpe stem weer:
— Papa, het bevalt u niet... maar de tegenwoordige