:375
hautain tegenover werklieden stond. Dat beviel Leo zeer... Zulke ״dwaasheid" kreeg een schepsel vaa God en was dus beter dan menschelijke bedachtzaamheid. Het was Plato's antidemocratisch woord, dat in den Rechteren-Meester nagistte.
Leo, sarcastisch weerde af:
— Meneer Marcel durfde tenminste zijn waardigheid ophouden!
Jonas schreeuwde, schoon hij niets begreep van plotselinge eigen nervositeit, beklemming en geprikkeldheid:
— Wat waardigheid?... Omdat-ie z'n mooie paarde heb vertroeteld, beter als z'n werksmensche?... Oók al 'n arrestekraat... maar geen achttien kraats!...
Leo's stem hoonde:
— Juist!
— Noh!... Noh!... Afijn, binne boutades!... Och, mit recht... mit jou is ook geen prate, net zoo min as mit mijn Siegfried... Jullie kenne te veel Latijns!... War achtereschrot... compleet 'n spreekfilm... Je hoort ze en je ziet ze, maar ze binne d'r tóch niet!...
Leo achtte een gesprek met den ouden juwelier Fontein, een geestelijk encanaillement. Deze onzalige man verstrengelde altijd stompzinnig en potsierlijk-omslachtig, het oude met en in het nieuwe... Waarom Pa, met zijn soms zoo felle americanismen, met Suèden handschoentjes dien ietwat-ransicjen juwelier-proleet, dat stuk kleefgom aanpakte? Emmanuel Moro, — loodglans had de vent in zijn valsche ooaen, — scheen veel meer héér, al was die innerlijk misschien gemeener en moreel ad hajos! Al het geklets-op-de-korte-golf, over dien ouden tijd, leek Leo zoo in-stupide en saai!
Bits en wrang antwoordde Leo, terwijl hij zijn glazuur-blauwige oogen strak-scherp richtte op Jonas Fontein:
— Wanneer een juwelier paard durft rijden in de lanen van 't Vondelpark, zooals indertijd Marcel Zwartgaren al deed, niet waar, dan wijst ü hem hoonend achterna, met uw glimmenden slijpersduim!...
Henri sprong overeind en stond hoog-opgericht voor Leo.