:371
bakkend uit te zingen, coupletten uit ״Aballino of de Groote Bandiet"...
Och, och... mevrouw Maupie, de grof-juwelierster, met haar zware snor, haar dikken glimneus, haar rood-opgezwollen zweetkop en haar bloote armen zou Jonas, als juwelierster, niet licht vergeten!... Gardefeu zong ze, schreeuwde ze tegen al haar werklieden, Gardefeu uit ״Het leven te Parijs"... Veel geleerd, getrakteerd, .geamuseerd, gecharmeerd, steeds vermaakt
en volmaakt!...... Jammer dat de ,Pan" niet meer
bestond; kon ze als wassenbeeld bijgezet worden, met een ״punt" in den mond.
VI.
Stil ging de deur open. Een tochtstroom overzoefde Jonas' kale hoofd. Hij sprong op en zijn groote, gitten oogen blonken driftig. Henri Rozenheim stond vóór hem.
— Allemachtig Henri... Ik docht werachtereschrot asdat je mijn vergete was!...
Een koddig wanhoopsgebaar maakte Fontein en zijn pinkring-diamant flikkerde oranje vuur af. Stram zonk hij toen weer den geweldigen ״stoelifant" in.
Henri verontschuldigde zich beminlijk. Zijn stem klonk zacht, heerlijk-vol en vibreerde lichtelijk:
— U, mijn beste meneer Fontein... ü vergeten?... Rookt u?... Heel licht... U vergeten?... Onmógelijk... de oudste en waardigste van ons allen... Vraag eens Esther wat ik van ü zeg!...
Henri ging tegenover Jonas zitten. Goud licht van het gebrandschilderde venster, glansde langs zijn linkerwang. Rozenheim zag er uit als een man van nauwelijks vijfenveertig, slank, lenig, heel hoog in de taille, breed-forsch van schouders, sterk en vol zwier.
— Noh... als je wist, Henri, hoe 't wachte me kort is gevalle, al zei ik, je was me vergete!...
— Zoo-zoo?
-— Omrede ik weer alles overdocht heb van vroeger.
— Uw fórt!
— Noh... niet pour le chat!
— U bent, in uw eentje, een heel archief.
Pan: eertijds Panopticum. — Punt: bekende Amsterdam-sche lekkernij; stuk boterkoek, dat men in ״Panopticum" bij de koffie kon bestellen.