:371
had ooit dezen Maurice Peereboom zulk een tragischen ondergang durven voorspellen? Doodstervend-arm gestorven te Antwerpen, in volslagen vergetelheid teruggezonken. Als bakvullis-handelaar! Zelfs zijn oostersche robijn en zijn portretsteenen waren in de hand van Oome Jan weggegoocheld, al wou Markie Blok bijspringen. Och, wat herinnerde zich Jonas niét! Hij kon wel tien Paaschavonden, zijn vrouw en haar heele familie bezighouden. Och, och, ze hadden gegierd van het lachen. Hij stelde een familie voor, een zekeren befaamden juwelier Kooker, Maupie Kooker, vroeger turfleurder geweest, uit het donkerste krotten-Ghetto opgekrabbeld. Zijn vader was hulp-Gewwere-bode geweest en had een slecht-beklant water- en-vuur-nerinkje. Jonas had een half jaar naast hem gewerkt. Hij kende hem nog als potjongen. Wat een kriel van een vent. Slechter werkman, met ontzenu-wender brutaliteit, bestond er niet. Allemachtig... ook die klom uit den Kaapschen tijd naar de hoogte; werd eigenwerkmaker en koopman; bemachtigde, door wonderlijke voorspraak van vrienden, groote werkgevers van Zwanenburgwal en Rapenburgerstraat, en door groot-ingevoerde makelaars, bij het Ruw-Syndicaat heel voordeelige loten groote steenen. Hij braakte altijd rijmvloeken uit op alles en ieder. Een reuzenummer, die op elk de geesel-zweep liet knallen. Jonas, in zijn jonkheid, zag hem nog vóór zich en hoorde weer Maupie's rijmvonnissen, alsof het gisteren gebeurde. Kooker kon lezen noch schrijven, maar wél fenomenaal uit het hoofd rekenen. Maupie bezat een staalsterk, overrompelend geheugen. Zijn heele boekhouding kroop eigenzinnig, weerbarstig, met reeksen duikelende cijfers, zijn plompen kop binnen. De meest ingewikkelde acties en transacties van zichzelf en anderen, van jaren her, hield hij in zijn lompe hersenspan vastgekneld. Hij was een loopende staat van vaktoestanden. Alles wist hij, alles herinnerde hij zich. Hij was eerelid van ,,Plancius", nou een garage! En hij had al de „Paleis-voor-Volksvlijt"-balletten van
Gewwerebode: Begrafenisfonds-looper. — Potjongen: slijpersleerling.